28 aug. 2012

De grenzen aan de verdunning van de agressie zijn bereikt

De GGZ kent twee manieren van omgaan met risicovolle patiënten: concentreren of verdunnen.

Concentreren gebeurt in klinieken die op agressie ingesteld zijn, Klinieken voor Intensieve Behandeling (KIB) zoals Inforsa en Palier. Deze klinieken worden gekenmerkt door adequate personele bezetting, hoog trainingsnivo van het personeel en focus op veiligheid, structuur en samenwerking met de patiënt. Gebouw en kamers zijn fysiek ingericht op het (leren hanteren van) ontwrichtend en destructief gedrag. De bejegening is respectvol, helder, eenduidig en overzichtelijk waarbij de patiënt voortdurend wordt uitgenodigd voor het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag.

Verdunnen betekent de agressie oplossen in de populatie van gewone patiënten in gewone klinieken. Kleine aantallen risicovolle patiënten worden geplaatst tussen grote aantallen gewone patiënten. De gewone klinieken worden gekenmerkt door individuele afspraken met patiënten, meegaande en ondersteunende houding van het personeel, terugdringen van dwang en drang en open deuren. Voorbeeld van verdunning is de z.g. carrouselconstructie waarbij een moeilijke patiënt elke 3 maanden wordt doorgeplaatst binnen dezelfde instelling om het team op adem te laten komen, zonder adequate zorg voor de patiënt.

De huidige balans tussen concentreren en verdunnen levert alarmerende agressiecijfers voor de gewone klinieken, cijfers die de aanleiding vormen voor 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen'. Wij vragen de werkvers van de GGZ om ook de agressiecijfers van de KIB openbaar te maken. De verwachting is dat KIB's significant minder slachtoffers kennen onder het verplegend personeel. Dat zou bewijzen dat onveilige patiënten veilig verpleegbaar zijn mits de juiste setting wordt gehanteerd.

Wij concluderen dat het einde aan de verdunning van agressie is bereikt. De pendule zal terug moeten zwaaien naar meer mogelijkheden tot concentratie. Als belangrijk middel daarbij zien we zeggenschap voor verpleegkundigen bij veiligheidsaangelegenheden, met name bij (over)plaatsing en terugname van risicovolle patiënten.

Werkgevers blijken tot nu toe niet bereid om het agressieprobleem effectief, resultaatgericht en meetbaar aan te pakken. De werkgevers beseffen mogelijk dat het echt oplossen van de agressie grote veranderingen teweeg zal brengen in het landschap van de GGZ. Stel je voor, binnen elke kliniek een paviljoen dat is opgezet en ingericht als een KIB? Wat moet dat kosten? Wie gaat dat betalen?

Wij zien liever dat de werkgevers dit aanhangig maken bij de politiek dan dat men doorgaat met de agressie naar de werkvloer van de gewone klinieken te schuiven en verpleegkundigen (en patiënten) de prijs te laten betalen. Nu de GGZ-werkgevers zelf de hoge agressiecijfers hebben onderschreven in het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' is het duveltje uit het doosje. Ze kunnen niet meer terug en zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen: Een veilige werkplek voor elke verpleegkundige en veilige, adequate zorg voor elke patiënt!

26 aug. 2012

Politieke partijen met hart voor de GGZ help ons!


We hebben als GGZ-verpleegkundigen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onszelf en onze patiënten. Wat we willen is dat we ook de bevoegdheden krijgen die daar bij horen: Zeggenschap bij plaatsing, overplaatsing en terugname. We vinden dat dit verankerd moet worden in de Arbocatalogus GGZ, de CAO en het Beroepsprofiel.

Maar er moet ook iets veranderen in de wet. De werkgever is namelijk verantwoordelijk voor een veilige werkplek en uiteindelijk ook voor de veiligheid van de patiënten. De Arbowet voorziet op haar beurt in de bevoegdheden die bij de Arbeidsinspectie horen. Blijft een werkgever in gebreke dan kan de Arbeidsinspectie optreden, sanctioneren.

Nu houden GGZ-instelligen wel een telling bij van de agressie-incidenten, maar ontbreekt het aan follow-up, de vertaling van incidenten naar adequate maatregelen. De instellingen formuleren een mooi veiligheidsbeleid maar houden de tellingen van de incidenten geheim waardoor de Arbeidsinspectie er geen weet van heeft.

Zo kan het gebeuren dat de GGZ de sector is met misschien wel de hoogste agressiecijfers naar het personeel (hoger dan bij de politieagenten!) en dat de Arbeidsinspectie toch zegt dat deze sector het juist heel erg goed doet qua personeelsveiligheid - een onbegrijpelijke en onhoudbare situatie!

Wij vragen aan politieke partijen met hart voor GGZ om gezamenlijk een motie in te dienen betreffende de Arbowet, waarin GGZ-instellingen verplicht worden hun agressiecijfers openbaar te maken en waarin zij verplicht worden bij elk incident aan te tonen of ze er iets mee gedaan hebben. De motie dient ertoe de Arbeidsinspectie de middelen te geven om haar taken adequaat uit te voeren: het controleren op de naleving van de Arbowet en het sanctioneren van werkgevers waar deze in gebreke blijven.

Gezien de hoogte van de agressiecijfers kunnen we zonder meer stellen dat zowel de GGZ-instellingen als de Arbeidsinspectie in gebreken blijven. Ondanks alle goede intenties en mooie beleidsformuleringen gaat dit niet vanzelf veranderen, daarvoor is de weerstand te groot en duurt het al veel te lang. Het kan alleen echt aangepakt worden met brede steun van politieke partijen, indien die steun zal leiden tot verankering in de wet.

Zeggenschap in de Arbocatalogus GGZ?

Is het invoeren van zeggenschap echt zo moeilijk? Welnee, met een beetje goede wil is het zo gebeurd. Een regenachtige zondagmiddag is genoeg om een protocol te bedenken en een fake arbopagina in de stijl van de Arbocatalogus GGZ te maken. Like or not?

Verplegen in de GGZ hoort een veilige publieke taak te zijn

De agressie tegen hulpverleners is speerpunt van landelijk beleid. Brandweerlieden, politieagenten en ambulancebroeders krijgen de handen op elkaar. Onder de noemer ‘Veilige publieke taak’ wordt agressie tegen hen voortvarend aangepakt. De hulpverleners in de GGZ worden hierbij vergeten. Binnen de muren van de instelling hebben zij ook een publieke taak maar zodra het gesprek de GGZ betreft wordt het akelig stil.

Het lijkt te complex of te gevoelig of mogelijk is er iets anders aan de hand. Maar in elk geval komen beleidsmakers, arbeidsinspectie en werkgevers niet in beweging. Alsof de verpleegkundige geacht wordt zich zonder mopperen professioneel in elkaar te laten slaan.

Een collega werd mishandeld door een patiënt, verweerde zich in een impuls en werd zelf overgeplaatst. Toen kort hierna zijn collega doelwit werd van een andere patiënt op dezelfde afdeling durfde zij zich helemaal niet meer te verweren. Ze kon op dat moment alleen maar bedenken wat er met haar collega was gebeurd, dat verlamde haar. Met alle gevolgen van dien. Zo komt het voor dat één patiënt de hele afdeling terroriseert en niemand durft in te grijpen.

Werkgevers houden de cijfers van agressie-incidenten binnen hun instelling onder de pet. Ze hebben samen met werknemersbonden het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' opgesteld om de agressie terug te dringen. Maar zolang ze de cijfers niet openbaar hoeven maken blijken ze het niet aan te pakken. Hoe kan het dat zij niet in beweging komen, het is toch ook hun belang?

Het is een beetje gissen maar mogelijk speelt mee, dat de behandelaars de dominante professie zijn. Het verlenen van bevoegdheden aan verpleegkundigen met betrekking tot (over)plaatsen stuit op heftige weerstand. De weerstand rond het openbaar maken van de incidenten is mogelijk nog groter, reputatieschade lijkt hierbij de grootste angst. En zo verandert er niets.

Patiëntveiligheid is terecht speerpunt van beleid. Zolang verpleegkundigen geen zeggenschap krijgen over plaatsing en de cijfers per instelling verzwegen worden is de patiënt -net als de verpleegkundige- vogelvrij. Het wordt tijd dat we dit helder en concreet aanpakken.

19 aug. 2012

Zeggenschap van GGZ-verpleegkundigen bij plaatsing, overplaatsing en terugname van onveilige patiënten

De verpleegkundigen zijn de eersten die merken dat een patiënt niet langer veilig verpleegbaar is. In het dagelijks contact zien zij het, horen het en voelen het aan den lijve. Zij krijgen als eersten signalen van medepatiënten die mogelijk slachtoffer zijn, zich bedreigd of onveilig voelen - terwijl een GGZ-instelling juist een veilige haven moet zijn.

In het beroepsprofiel GGZ-verpleegkundige staat dat verpleegkundigen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van patiënten, de werkomgeving en de verblijfsomgeving, dus inclusief familie en andere bezoekers. Over bevoegdheden die daarbij horen wordt niet gesproken. In de profielschetsen van behandelaren (psychiater, arts-assistent of psycholoog) is niet terug te vinden dat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de verpleegkundigen. Inderdaad, daar is de werkgever verantwoordelijk voor.

De behandelaar die niet aanwezig is binnen het dagelijks milieu, bevindt zich in het algemeen wat op afstand en komt consultatief in beeld. Wat veiligheid betreft staat de behandelaar dus in de tweede lijn. De behandelaar heeft hierdoor zelden te kampen met agressie-incidenten en heeft bovendien eigen afwegingen te maken vanuit de behandelverantwoordelijkheid.

Het zou een logische stap zijn om bij veiligheidsaangelegenheden de
regie & bevoegdheid tot plaatsing, overplaatsing en terugname bij het verpleegkundig team te leggen.
Deze bevoegdheid dient verankerd te worden in de Arbocatalogus GGZ, de CAO en het Beroepsprofiel.


Het gebruik van de bevoegdheid komt pas in beeld nadat alles gedaan is wat binnen de vermogens van de verpleegkundigen ligt om de agressie te verminderen.

Het gaat er om signalen die verpleegkundigen en patiënten krijgen serieus te nemen, zowel door collega's als door leidinggevende. De angst die verpleegkundigen kunnen voelen, eerdere agressie-incidenten veroorzaakt door een patiënt, een ‘niet pluisgevoel’ en vertrouwelijke mededelingen van patiënten zijn redenen om binnen het verpleegkundig team te bezien of de veiligheid nog gewaarborgd kan worden. Afhankelijk van de situatie (bijv. werkt de verpleegkundige alleen of met meerderen) kan het team besluiten tot overplaatsing naar een setting waarin de veiligheid wel te waarborgen is.

Met zeggenschap hopen we te bereiken dat gewelddadige patiënten niet onnodig lang onderhandeld rondlopen temidden van kwetsbare medepatiënten. Nu verloopt de besluitvorming vaak te traag waardoor incidenten optreden die voorkomen kunnen worden en onveilige situaties onnodig lang voortbestaan.

18 aug. 2012

Huidige procedure bij plaatsing risicovolle patiënten

Plaatsing, overplaatsing en terugname van een risicovolle patiënt verloopt in het algemeen in goed overleg. Bij oplopende spanning en agressie van een patiënt probeert men in consensus een oplossing te vinden. Er worden verpleegkundige rapportages geraadpleegd en er vindt uitwisseling van informatie plaats tussen verpleegkundigen en behandelaren in de wandelgangen, tijdens vaste overlegmomenten of op een speciale ad hoc vergadering na een ernstig incident.

Verpleegkundigen, leidinggevenden en behandelaren hebben soms strijdige belangen af te wegen: Enerzijds het belang van een veilige werkomgeving en een veilig therapeutisch milieu en anderzijds de bedbezetting op peil houden ten behoeve van de productie.

Indien tussen verpleegkundigen en behandelaren een verschil van inschatting bestaat van het gevaar en de risico's, kan dit een mogelijk scenario zijn dat voor velen herkenbaar is:

Als verpleegkundigen hun teamleider er van hebben kunnen overtuigen dat het niet langer veilig is zal deze de behandelend psychiater of psycholoog proberen te overtuigen. Als deze niet overtuigd is dan kan de teamleider het proberen bij de geneesheer-directeur. Is deze ook niet overtuigd dan blijft alles zoals het is omdat directie vaak terugverwijst naar onderliggend kader en naar behandelend psychiater.

Mocht goed overleg geen resultaat opleveren dan kan de teamleider het overleg uit protest staken maar nooit zelfstandig overplaatsing inzetten. Deze bevoegdheid ligt exclusief bij behandelaren en directie. De volgende dag is het dan weer business as usual.

17 aug. 2012

Onze strijd voor veiligheid mag patiënten niet stigmatiseren

Het doel van de petitie is een probleem op de agenda te zetten dat veel te lang is weggestopt. Nu we het vergrootglas er op leggen is het onvermijdelijk de patiënt ook in beeld komt. Het mag niet zo zijn dat mensen GGZ-patiënten daardoor gaan verbinden met agressie.

Stichting Zon stelt terecht:
Uit onderzoek ... is gebleken dat 90 procent van alle psychiatrisch cliënten nooit enige vorm van geweld gebruikt. Wel blijken psychiatrisch cliënten zelf ruim zes keer vaker het slachtoffer van geweld dan andere Nederlanders. Eenmaal opgenomen in een kliniek is de behoefte aan een veilige omgeving dus groot.

Het spreekt voor zich dat GGZ-verpleegkundigen uiterst loyaal zijn naar hun patiënten en niets liever willen dan hen tegemoetkomend en ondersteunend bejegenen, dwang en drang terugdringen en samen werken aan herstel. De rol van politieagent hoort daar niet bij en gaat in tegen onze beroepseer. Wij hebben dit vak immers gekozen om kwetsbare mensen te steunen en willen dit op professionele wijze doen.

Wij richten onze petitie niet op patiënten maar op structuren waar we samen in zitten met als doel de agressie helemaal te stoppen. Wij stellen dat met het verdwijnen van agressie naar verpleegkundigen tegelijk agressie naar de medepatiënten zal verdwijnen. En dat de kleine groep gewelddadige patiënten beter af is met een adequate behandeling in een adequate setting, met als gevolg een beter toekomstperspectief voor hen.

Met de zeggenschap van verpleegkundigen bij plaatsing, overplaatsing en terugname hopen we te bereiken dat gewelddadige patiënten niet onnodig lang onderhandeld rondlopen temidden van kwetsbare medepatiënten. Nu bestaat er geen procedure die de signalen van de verpleegkundigen en medepatiënten serieus neemt en verloopt de besluitvorming te traag waardoor incidenten optreden die voorkomen kunnen worden en onveilige situaties onnodig lang voortbestaan.

Uiteraard is overplaatsing het laatste middel. Voor het zover komt dienen eerst alle andere wegen te zijn bewandeld: dialoog met de client, afspraken maken, signaleringsplan opvolgen en wat verder ter beschikking staat. Zeggenschap zal volgens een degelijke procedure moeten verlopen welke in de Arbocatalogus GGZ opgenomen dient te zijn.

16 aug. 2012

50% minder incidenten binnen 5 jaar is een reële eis

Voor alle duidelijk: we streven niet naar een reductie van 50% maar van 100%. Er mogen helemaal geen agressie-incidenten meer voorkomen naar GGZ-verpleegkundigen!

De eerste 50% reductie is gemakkelijker te behalen dan de tweede 50%. Er zijn immers zoveel incidenten dat je met een paar gerichte maatregelen al flink moet kunnen reduceren. Voor de overige reductie zul je creatief moeten worden en vasthoudend blijven. Je zult moeten blijven werken aan het bedenken van kleinere maatregelen. Tenslotte bereiken we het punt waarop zo weinig agressie is overgebleven dat we weer opgewekt kunnen zeggen: "Ach, een beetje agressie hoort bij het werk, daar kunnen we wel mee omgaan."

Wij zijn er van overtuigd dat de eerste 50% reductie gemakkelijk kan worden behaald zelfs zonder het Actieplan 'Veilig werken in de Zorg', namelijk door de verpleegkundigen zeggenschap te geven over zaken die hun eigen veiligheid aangaan, m.n. bij het plaatsen, overplaatsen en terugplaatsen van onveilige patiënten van/naar een beter geschikte setting.

De reden is eenvoudig: Het gros van de incidenten wordt veroorzaakt door slechts een of enkele patiënten van de afdeling. Wanneer deze patiënt geen perspectief meer heeft binnen de huidige setting en de verpleegkundigen geen vooruitgang meer zien en zich realiseren dat ze deze patiënt niets meer te bieden hebben dan is deze patiënt op deze afdeling klaar.

Het is voor iedereen nadelig als deze patiënt doorgaat een negatieve en intimiderende sfeer te creëren waardoor niet alleen de verpleegkundigen maar ook de overige patiënten zich onveilig voelen. Deze patiënt zelf wordt er tenslotte ook niet beter van.

15 aug. 2012

GGZ-verpleegkundigen redden het niet met goede bejegening

Waar komt agressie bij patiënten vandaan? Onvrede, angst, verzet ten aanzien van verblijf, het verplichte of opgedrongen gebruik van medicatie, symptomen van de ziekte, het gebruik van alcohol en drugs, frustraties t.a.v. seksualiteit, geldgebrek en gebrek aan toekomstperspectief zijn veelvoorkomende oorzaken.

Het is een taak van de GGZ-verpleegkundigen om de veiligheid van iedereen op de afdeling te bewaken en de afspraken te handhaven. Daardoor zijn zij zelf de eersten waartegen de agressie zich richt. De relatie tussen verpleegkundige en patiënt staat hierdoor structureel onder spanning.

Wanneer de verpleegkundige slachtoffer is van agressie wordt de patiënt uit angst vermeden. Een klacht van patiënten is, dat verpleegkundigen zoveel op het kantoor zitten. Bewezen is dat de meeste agressie-incidenten voorkomen als verpleegkundigen op kantoor zitten en zo is de cirkel rond.

GGZ-verpleegkundigen worden over het algemeen getraind in het voorkomen van en omgaan met agressie. De afgelopen decennia is hierin een sprong voorwaarts gemaakt. De agressie neemt echter met gelijke tred toe, we worden door de werkelijkheid weer ingehaald. Tegelijk is het niet wenselijk dat verpleegkundigen uiteindelijk als volleerd politieagent gaan optreden.

Ook is er een toename van agressie in de samenleving als geheel hetgeen doordringt tot in de GGZ. Het drugsgebruik onder patiënten neemt al jaren toe, mede door de instroom vanuit de verslavingszorg. Allemaal omstandigheden die op een of andere wijze onvrede en agressie kunnen opwekken. En wat te verwachten van het wetsvoorstel om veelplegers met een psychiatrische achtergrond tegen hun wil de GGZ in te sluizen? Neem daarbij mee dat door de drastische (onevenredig grote) bezuinigingen de werkdruk alleen maar groter wordt.

Daarom wordt het zinvol om naar de andere kant te gaan kijken, naar de verantwoordelijkheid van werkgevers (georganiseerd in GGZ Nederland) en Arbeidsinspectie. Volgens de Arbowet hoort de werkgever een veilige werkplek te garanderen en de Arbeidsinspectie daar op toe te zien. Gezien de grote aantallen incidenten (meer dan bij de politie!) kunnen we gerust stellen dat beide in gebreke blijven.

Ministers en werkgevers plus andere partners in de zorg hebben niet zonder reden het Actieplan 'Veilig werken in de Zorg' ontwikkeld. Wat daarbij echter ontbreekt -voor de GGZ in elk geval- is echte inzet en vastberadenheid om de agressiecijfers daadwerkelijk naar beneden te krijgen. Het blijft bij praten en goede intenties. Met onze petitie stellen we een aantal extra eisen aan dit plan waardoor we hopelijk wel resultaat gaan zien.

De belangrijkste eisen zijn openbaarheid van agressiecijfers en zeggenschap van verpleegkundigen bij zaken die hun eigen veiligheid aangaan.

Zie ook het bericht Weerlegd: Verpleegkundigen veroorzaken zelf de agressie van hun patiënten

14 aug. 2012

Waarom hebben GGZ-verpleegkundigen niet eerder een veilige werkplek geëist?

Het is opmerkelijk dat deze beroepsgroep tot op heden geen streep heeft getrokken wanneer je ziet dat de cijfers hoger zijn dan bijvoorbeeld bij de politieagenten en ambulanceverpleegkundigen.

GGZ-verpleegkundigen zijn loyaal aan hun patiënten en begrijpen hun moeilijke situatie heel goed. Tevens handhaven zij de regels en verdedigen zij de vaak ongewenste behandeling. Zij komen daarmee eigenlijk in een soort daderrol terecht. Op het moment dat de klappen vallen lijkt het voor hen vreemd om hier vanuit de slachtofferrol een halt aan toe te roepen, de patiënt blijft immers de kwetsbaarste.

Een factor is dat veel GGZ-verpleegkundigen vanuit idealisme het vak gekozen hebben en dan slachtoffer worden van de patiënt waar ze zich met hart en ziel voor inzetten. De teleurstelling hierover kan een grote impact hebben. Een aantal GGZ-verpleegkundigen verlaat het beroep gedesillusioneerd of overweegt dit te doen. Het zou goed kunnen dat dit juist de meest betrokken verpleegkundigen zijn.

Er werken relatief veel mannen en de sector heeft een vrij stoer imago. De stoerdere collega's hebben niet zelden een hogere informele status en bepalen van daaruit ook de norm dat je geen slachtoffer mag zijn. Je krijg impliciet de schuld van de dreiging of het geweld of van het feit dat jij hier last van hebt. Onbewust kan deze cultuur tot gevolg hebben dat GGZ-verpleegkundigen niet opkomen voor zichzelf of voor een veilige werkplek.

Het management lijkt er vanuit te gaan dat agressie die binnen het verpleegkundig domein tot uiting komt, binnen dat domein ook weer opgelost en geabsorbeerd zal worden. GGZ-verpleegkundigen krijgen van alle kanten te horen dat agressie nu eenmaal bij hun beroep hoort. Ondertussen komt agressie al zo lang voor dat ook GGZ-verpleegkundigen zijn gaan denken dat het niet anders is.

GGZ-verpleegkundigen moeten af van het idee dat de strijd tegen agressie laf zou zijn of dat het een strijd zou zijn tegen hun patiënten of tegen hun werkgever. Het is daarentegen een strijd voor heel gewone rechten die elke werknemer geniet: het recht op een veilige werkomgeving. Een veilige werkomgeving voor GGZ-verpleegkundigen zal uiteindelijk tot voordeel strekken van alle partijen.

13 aug. 2012

Psychiatrische veelplegers tegen hun wil de GGZ in?

Wat zijn de gevolgen voor de veiligheid GGZ-verpleegkundigen en patiënten als de psychiatrische veelplegers tegen hun wil de GGZ worden ingesluisd? Zie Stoornis en delict.

We zoeken iemand die deze vraag kort en bondig kan beantwoorden. Stuur ons een email.