26 sep. 2012

Gesprek voorzitter raad van bestuur Dimence

We spraken met Sybren Bangma, voorzitter raad van bestuur Dimence en vice-voorzitter van GGZ Nederland n.a.v. van zijn positieve houding t.o. onze doelstelling om de agressie naar de GGZ-verpleegkundigen te verminderen.

Wat betreft onze eis van zeggenschap voor verpleegkundigen bij (over)plaatsing en terugname refereerde Sybren aan de situatie in de 80-er jaren toen verpleegkundigen grote invloed hadden en opnames konden wijgeren. Dit had destijds het effect dat er een poule aan lastige of onveilige patiënten ontstond die niemand wilde hebben en nergens geplaatst konden worden. Verwijzers zoals huisartsen zaten met de handen in het haar. Sybren benadrukt dat het voor het management heel belangrijk is dat een dergelijke situatie niet weer terugkomt. Hij voelt daarom meer voor mede-zeggenschap en goed overleg.

Wij hebben uitgelegd dat de bevoegdheid tot zeggenschap geen ad hoc weigeringen mag veroorzaken op verkeerde gronden zoals lastigheid, maar dat er een protocol gebruikt wordt dat waarborgt dat alleen de veiligheid in het geding is. We gaan er vanuit dat het om zeer kleine aantallen patiënten gaat, degenen die men in de klinieken wel kent op basis van hun reputatie. Ook geeft zeggenschap veiligheid in die situaties waar het overleg niet goed is en voorkomt het dat er eerst incidenten moeten plaatsvinden voordat ingegrepen wordt.
In het verlengde van onze eis, verwachten we dat de instellingen de verantwoordelijkheid zullen nemen om er voor te zorgen dat er in de eigen instelling (of regio) een speciale voorziening komt waar deze groep veilig kan worden verpleegd en weer perspectief krijgt. Een dergelijke setting zou een tussenvorm kunnen zijn, ergens tussen de KIB en de gewone gesloten afdeling, met meer en speciaal getraind personeel e.d..

Bij Dimence bestaan overigens plannen in die richting, voor een z.g. transferium. Zeggenschap zal volgens ons juist de impuls kunnen geven voor het ontstaan van dergelijke transferia of voor andere oplossingen die de reële veiligheid op de werkvloer verbeteren.

Sybren is het met ons eens dat openbaarheid van de agressiecijfers een positieve uitwerking zal hebben op de creativiteit en de vastberadenheid van het management van de instellingen om de agressiecijfers daadwerkelijk naar beneden te krijgen. Hij stelt daarbij wel als voorwaarde dat er een uniform systeem ontwikkelt dient te worden dat door alle instellingen gebruikt wordt, wil je kunnen vergelijken. Ook zal het systeem inzicht moeten geven in de maatregelen die zijn genomen om herhaling te voorkomen. Daarbij zal er ook analyse mogelijk dienen te zijn die kan leiden tot structurele maatregelen die mogelijk breder zijn dan een betreffende afdeling. In praktische zin zou het systeem tevens gebruikersvriendelijker en minder tijdrovend dienen te zijn dan huidige systemen die in feite een drempel opwerpen om incidenten te melden.

Een dergelijk uniform systeem bestaat nog niet maar wordt wel al aangekondigd in het Actieplan 'Veilig Werken in de Zorg'. Onze conclusie is dat wij vasthouden aan onze eisen t.a.v. de agressiecijfers (de openbaarheid ervan, het noemen van harde streefcijfers -50% reductie in 5 jaar- en dat het niet behalen van de streefcijfers consequenties met hebben). Ook hier gaan we er vanuit dat het inwilligen van deze eisen tot resultaat zal hebben dat GGZ-instellingen hun verantwoordelijkheid zullen nemen en in versneld tempo een dergelijk systeem zullen (laten) ontwikkelen.

23 sep. 2012

Verankering van zeggenschap en openbaarheid

We zijn voor de tweede keer met NU’91 in gesprek gegaan, onder meer om juridische aspecten van onze actie door te spreken. Jacqueline den Engelsman en Marian Stroetenga (jurist) namen deel aan het gesprek. Hoe kunnen we onze eisen rond openbaarheid en zeggenschap -ook juridisch- verankeren?

Een optie is om de CAO op te nemen dat de werkgever verplicht is om maatregelen te nemen wanneer een verpleegkundige aangeeft dat de veiligheid in het geding is. Het is niet eenvoudig om echt zeggenschap rond (over)plaatsing op te nemen in de CAO. In de Arbocatalogus GGZ zou dit wel kunnen. De documenten (of tools) in de Arbocatalogus GGZ zijn bedoeld om de regels binnen CAO en de Arbowet te helpen bereiken. Meer een uitvoeringsdocument dus. De Arbocatalogus GGZ is echter niet dwingend, een werkgever kan hier wel of geen gebruik van maken. Mogelijk zal er voor zeggenschap een aanvulling moeten komen in de Arbowet.

Jacqueline en Marjan benadrukten dat we -wanneer we een motie indienen om openbaarheid van agressiecijfers af te dwingen- dit niet alleen moet gaan over cijfers maar vooral ook over de maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van een incident. Hiermee zijn wij het als actiegroep helemaal eens. Wanneer dit openbaar is kan ook de inspectie veel beter beoordelen wat er met de incidenten is gedaan. Natuurlijk om een volgend incident te voorkomen.

We hebben nog gesproken over volgende stappen in de strijd tegen agressie in de GGZ. We willen een breed draagvlak creëren, zowel politiek als maatschappelijk. Resulterend in het aanbieden van de petitie aan de minister en het indienen van een motie om zowel openbaarheid als zeggenschap te verankeren.

De officiële website: Arbocatalogus ggz
Onze fake arbopagina: Zeggenschap

21 sep. 2012

Gesprek met GGZ-Nederland

Op 20 september zijn we in gesprek gegaan met dhr Harmsen en mw de Ponti van de brancheorganisatie van werkgevers, GGZ-Nederland. De insteek was om patiëntveiligheid te koppelen aan het initiatief van 'Handen af van GGZ-verpleegkundigen'. Het zijn tenslotte vaak de patiënten die samen met verpleegkundigen de meeste last hebben van onveiligheid op een afdeling. Als de verpleegkundige het niet veilig kan houden voor zichzelf, zijn (mede)patiënten als eerste de dupe.

Dit onderwerp is maar zijdelings aan bod geweest. GGZ-Nederland heeft op zich dezelfde doelstelling als onze actiegroep (een veilige GGZ) maar is het niet eens met de eisen die onze actiegroep heeft rond openbaarheid van incidenten. Ook rond de zeggenschap van verpleegkundigen m.b.t. plaatsing van patiënten zijn de meningen verdeeld.

We konden elkaar wel vinden in de visie dat het niet alleen gaat om het tellen van incidenten maar vooral ook om wat er met de meldingen gedaan is opdat herhaling wordt voorkomen. Wij vinden dat dit ook openbaar gemaakt moet worden, niet alleen de cijfers maar juist ook de interventies zijn belangrijk. Dat moet ook inzichtelijk gemaakt worden, niet alleen binnen de instelling maar juist ook naar buiten. Om ervan te leren en als stimulans om er scherp op te blijven.

Rond het thema zeggenschap waren we het inhoudelijk wel eens. In een goed functionerend team heeft de verpleegkundige een doorslaggevende stem en zal de teamleider en de behandelaar de verpleegkundige serieus nemen als het de veiligheid betreft. Ook als hierdoor een patiënt moet worden overgeplaatst.

Wij als actiegroep willen echter dat ook verpleegkundigen die in een team zitten dat minder goed functioneert de zeggenschap krijgt om acties te eisen als de veiligheid in het geding is. Dat hoeft niet per definitie overplaatsing te zijn. Mooier is, wanneer het binnen de setting veilig opgelost kan worden. Maar als dit niet lukt willen wij dat degene die verantwoordelijk is voor de veiligheid ook de bevoegdheid heeft om daarover te beslissen. En dat is de verpleegkundige.
Hierover zijn we het met GGZ-Nederland niet eens geworden.

14 sep. 2012

Gesprek met Inspectie SZW

We spraken met de landelijk projectleider zorg en welzijn, Anita Hertogh. De inspectie herkent en erkent het probleem rond agressie in de GGZ. Ze vertelt dat in een eerder stadium van het actieplan 'Veilig Werken in de Zorg' de GGZ niet was meegegaan in het zero tolerance beleid vanwege de aard van de problematiek waarmee patiënten in de GGZ te kampen hebben. Het accepteren van agressie staat echter op gespannen voet met het recht van elke werknemer op een veilige werkplek. Het midden moet hierin gezocht worden. Wat aan te pakken is moet aangepakt worden en dit gebeurt volgens ons onvoldoende.

Anita heeft uitgelegd dat er nog geen betrouwbaar systeem is om agressie-incidenten te monitoren per afdeling. We denken dat het kan als de werkgever zou willen. Bijv. jaarlijks bij het invullen van een werktevredenheidsonderzoek een vragenlijst opnemen over agressie-incidenten die verpleegkundigen meemaakten afgelopen jaar. Als het landelijk kan dan kan het ook per afdeling. Er zijn vragenlijsten voor handen. Zij vertelde ook dat een bestuurslid van een GGZ-instelling gevraagd had om incidenten een week lang te turven per afdeling. Deze bestuurder was erg geschrokken van de hoeveelheid incidenten die werd gerapporteerd.

Waar een wil is is een weg, dat moeten we concluderen. De wil moet er allereerst zijn bij bestuurders. Zij kunnen beslissen dat ze het echt willen weten en een jaarlijks onderzoek eisen per afdeling. Die cijfers kunnen dan in het jaarverslag en zijn daarmee openbaar.

Overigens ontvangt de Inspectie alleen meldingen van incidenten als deze ziekenhuisopname of langdurend ziekteverzuim tot gevolg hebben. Komt een verpleegkundige op de eerste hulp en gaat daarna weer naar huis, of blijft deze enkele weken ziek, dan zal de inspectie daarvan nooit weten.
De cijfers voor de GGZ zijn hetzelfde als voor de bouw. Aangezien de verpleging binnen de GGZ de meeste klappen opvangt, is GGZ-verpleegkundige een gevaarlijker beroep dan bouwvakker!

We hebben ook nog gesproken over onze belangrijkste interventie: de bevoegdheid van verpleegkundigen ten aanzien van de (over)plaatsing van onveilige patiënten. Ook dit zal pas ingevoerd kunnen worden wanneer bestuurders/werkgevers zich erachter scharen en het echt willen aanpakken.
Of dan zal blijken dat er voldoende geschikte plekken zijn om onveilige patiënten veilig te behandelen zal dan blijken. De minister denkt vooralsnog van wel.

De inspectie heeft op basis van de cijfers het sterke vermoeden dat onveiligheid voor het personeel samengaat met onveiligheid voor de patiënten.

We hebben ook nog gesproken over de mogelijkheid om werkgevers aansprakelijk te stellen voor geleden schade. Dit is een civielrechtelijke procedure en kan in gang worden gezet. We weten niet of dit in de GGZ ooit is gebeurd. Het zou wel een stimulans kunnen zijn voor werkgevers om de agressie voortvarend en creatief aan te pakken. Het blijft bijzonder vreemd dat iedereen klaarblijkelijk recht heeft op een veilige werkplek behalve verpleegkundigen binnen de GGZ.

13 sep. 2012

Er zijn alleen maar slachtoffers in dit verhaal

Ik werk in een grote psychiatrische instelling in het zuiden van het land. Het is vandaag precies zeven weken geleden dat onze arts-assistent Martijn, achterna gezeten werd door Frederik, één van onze patiënten. Frederik had een mes in zijn hand en had eerder slachtoffers gemaakt. Die incidenten waren ernstig geweest. Het had echt heel anders kunnen aflopen, dat realiseerden we ons maar al te goed.

We waren geschrokken maar ook boos. De spanning liep al langer op bij deze patiënt en we hadden op meer medicatie aangedrongen. We hadden ook gezegd dat het om de veiligheid ging en dat we die binnen deze setting niet meer konden waarborgen. De patiënt had grenzen nodig, en pillen. Nu was er dan echt iets ernstigs gebeurd en we hadden het allemaal zien aankomen. Na het incident werd hij eindelijk overgeplaatst.

Martijn heeft zich na het incident ziek gemeld. Na een week of zo kwam hij terug. We wilden er graag over praten met hem, maar het lag allemaal heel gevoelig. We wisten dat hij aangifte had gedaan en het ook had besproken met de leidinggevende maar wij bleven als verpleegkundig team ook met frustraties zitten. Het was niet voor het eerst dat zoiets gebeurde en het zou ook niet voor het laatst zijn want er werd geen lering uit getrokken. We hadden alweer een patiënt op de afdeling waarbij de spanning opliep: Dennis.

Dennis heeft last van zowel psychosen als manische perioden. Dit -in combinatie met weinig ziekte-inzicht- is bij hem een explosief mengsel. Ook hij is bekend met eerder agressieve uitbarstingen en het scenario voltrok zich eigenlijk opnieuw. Het ongelukkige toeval was dat de Martijn onder supervisie van de afdelingspsychiater zijn behandelaar was. Op de afdeling merkten we het eerst dat het niet goed ging met Dennis. Geagiteerd, onrustig gedrag, dreigende uitlatingen als “Jullie halen het bloed onder mijn nagels vandaan”. Ik heb er zelf bij herhaling op aangedrongen bij de psychiater om de medicatie op te hogen.

De afdelingspsychiater is echter geneigd om met de wensen van de patiënten mee te gaan en deze patiënt wilde helemaal geen extra pillen, hij vond zichzelf niet ziek. Toen ik de psychiater er voor de derde keer op aansprak deed ik het verzoek om dan in elk geval extra ’zo nodig medicatie’ voor te schrijven, dan hadden we wat achter de hand. Hij leek ermee akkoord te gaan maar toen ik later in de medicatiemap keek was er niets uitgeschreven. Ik heb de teamleider er ook op aangesproken maar deze verwees me naar de psychiater. Zo bleef alles zoals het was.

Elke dienst kon je iets verwachten. We liepen op eieren, soms ging het redelijk goed, soms was het op het randje en liep hij te ijsberen. Iedereen had er last van. Niet alleen de verpleegkundigen maar ook de medepatiënten. Regelmatig kwam er iemand naar ons toe die bang was, patiënten hielden zich soms schuil op hun kamer maar het kwam ook voor dat hij zomaar kamers van anderen inliep en hij liet zich hier niet op aanspreken.

Vandaag ging het uiteindelijk mis. Ik was er niet bij maar hoorde het in mijn late dienst. Mijn collega van de dagdienst zat met hem in gesprek en hij gaf haar uit het niets voluit een klap, recht in haar gezicht, ze had een bloedneus en losse tanden. Op zich was het letsel niet het allerergst. Wat voor haar het ergst was, dat ze op dat moment voelde dat hij door zou gaan met slaan, dat haar leven in gevaar was. Ze is gaan schreeuwen en ze had het geluk dat er andere patiënten bij waren die het allemaal op een schreeuwen zetten. Op dit kabaal waren andere verpleegkundigen aan komen rennen en hadden haar ontzet. Ze had geen tijd om de alarmknop ingedrukt te houden. Ze was totaal overstuur.

Eén van de verpleegkundigen deze dienst was de eerstverantwoordelijk verpleegkundige van Dennis. Ook zij trok het niet meer na het incident. Het bleek dat ze bij herhaling op preventieve maatregelen had aangedrongen, bij Martijn nota bene, en zich nooit gehoord had gevoeld. Nu het dan zover was dat er daadwerkelijk weer een slachtoffer was gevallen ontkende Martijn dat er ooit op maatregelen was aangedrongen. Dit deed voor de eerstverantwoordelijke de deur dicht. Ze voelde zich zo in de steek gelaten dat ze zwaar geëmotioneerd, ziek naar huis is gegaan.

Dennis is vandaag acuut overgeplaatst. Nu kon dat blijkbaar wel. De patiënt van het mes -Frederik- zit overigens inmiddels in de gevangenis. Deze patiënten zijn dader geworden maar evengoed slachtoffer. Ze zijn ziek, heel ziek. En de agressie is deel van hun ziektebeeld maar dit had niet hoeven gebeuren. Beiden zijn door de situatie verder gestigmatiseerd. Het feit dat ze dader werden had voorkomen kunnen worden. Er zijn alleen maar slachtoffers in dit verhaal.

10 sep. 2012

Uit verhalen van verschillende verpleegkundigen II

• De hals van mijn collega is zelfs doorgesneden. Hij heeft het overleefd maar ik zal nooit de situatie vergeten. Mijn heftig bloedende collega en patiënten er omheen in totale verbijstering.

• In het intakegesprek kwam naar voren dat we de patiënt niet op zouden nemen op deze afdeling. Hij stond op, liep de afdeling op en zette een mes op de keel van een patiënte ‘je neemt me op, anders gebeuren er dingen die jullie zeker niet willen’ zij hij toen.

• Haar veiligheid op de afdeling kan helaas niet altijd gewaarborgd zijn. Ze krijgt te maken met een agressie-incident en wordt geslagen door een medepatiënt. Ook wordt een medecliënt verliefd op haar en stalkt haar. Mw. laat niet blijken dat ze onder de indruk is van deze incidenten. Maar haar is wel duidelijk dat de prikkels op de afdeling haar niet altijd goed doen. Het is voor haar moeilijk om de rust op te zoeken, er is immers altijd wel wat te beleven op de afdeling.

• We wisten dat deze patiënt gevaarlijk was, hij was allang bij ons opgenomen. Om hem toch te mobiliseren mocht hij naar tuintherapie. De afspraak was, dat hij een kwartier na vertrek zou bellen dat hij was aangekomen. Hij zag kans om in dat kwartier bij een ander paviljoen een ruit in te slaan, een patiënte te misbruiken en vrijwel zonder vertraging vanaf de tuin te bellen.

• Het betrof een ex-patiënt die boos was. Hij kwam verhaal halen, sloeg een ruit in en mishandelde een collega. Deze heeft de politie gebeld en aangifte gedaan. ’s Avonds liep hij weer rond. Ze konden hem niet vasthouden want er was psychiatrie in het spel.

9 sep. 2012

Voorbij de stilte

Brekend glas, bloed, de geur van angstzweet, blikken van woede en wanhoop.
Maar ook de stilte, het “niet zeuren want het hoort bij je vak”.
Soms schrik ik er wakker van.

Het is al zolang geleden dat het mis ging. Op de afdeling waar ik werkte reageerden we op een golf van lawaai. We renden de badkamer in ik gleed echter uit door het water. Een pijnlijke steek in mijn been maakte mij weerloos. Ik keek recht in de ogen van een woedende patiënt die met een van de muur getrokken wasbak boven mijn hoofd stond. Ik sloot mijn ogen en wachtte op de klap. De klap bleef uit. Dagen later vroeg ik de patiënt wat hem weerhouden had te gooien. Zijn antwoord was simpel. Ik wil dood, jij toch niet?

Jaren later ging het te vaak mis. Een patiënt probeerde regelmatig het licht uit mijn ogen te slaan. Slechts gesteund door een enkele collega moest ik niet alleen de strijd keer op keer aangaan met deze patiënt, maar ook met de toenmalige bazen die dat gezeur over een klein beetje agressie maar onzin vonden.

Dat konden ze makkelijk roepen vanuit hun kantoortjes. Zei vingen de klappen niet op, collega’s wel. Ik zag goede verpleegkundigen sneuvelen, jonge leerlingen getraumatiseerd afhaken. Ook ik trok het niet meer. Na het zoveelste incident waarbij ook mijn kinderen bedreigd werden, werd de toegezegde overplaatsing ongedaan gemaakt. Het koste mij bijna mijn baan, maar uiteindelijk werd er actie ondernomen.

Het meest bedreigend vond ik niet de patiënt die vanuit zijn defecte gedrag handelde. Maar wel de slappe, laffe houding van mijn toenmalige bazen. Pas toen de media er aandacht wilde gaan besteden ondernam men actie.

8 sep. 2012

Géén acuut gevaar? Wél acuut gevaar!

Een patiënt werd na weken van bedreigingen, eindelijk met behulp van politie gesepareerd. Vooral de laatste dagen waren er veel incidenten, vooral naar jonge vrouwelijke collega’s. Eentje heeft hij geprobeerd in het donker op de parkeerplaats uit haar rijdende auto te trekken, hij had zich schuil gehouden achter een boom.

De separatie gebeurde op zaterdag, halverwege van de avond. We waren er bijna de hele dienst mee bezig geweest, nauwelijks tijd gehad voor de rest van de patiënten. Nadat hij gesepareerd was, was iedereen opgelucht. Nu hoeven we niet meer steeds op onze hoede te zijn en achter elke boom te kijken. Eindelijk een paar dagen rust, dachten we.

De volgende morgen wordt hij in de separeer beoordeeld door de crisisdienst en deze zegt: “Op dit moment gaat er geen gevaar uit van de patiënt”. Dus mocht de patiënt meteen weer naar buiten en binnen een uur heeft hij weer twee jonge vrouwelijke collega’s flink bedreigd. We zijn er opnieuw bijna de hele dienst mee bezig geweest en weer moest de politie er aan te pas komen. Waarom is het voor artsen zo moeilijk om te luisteren naar verpleegkundigen?

Patiëntveiligheid is afhankelijk van personeelsveiligheid

Patiëntveiligheid is een hot item, ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Beleidsmakers in Den Haag heeft hiervan een speerpunt gemaakt. Zolang de verpleegkundige echter geen zeggenschap heeft en de cijfers van incidenten worden verzwegen is de patiënt in de GGZ volgevrij.

Van de psychiatrische patiënten is 90% nooit agressief geweest. Wel hebben zij zes maal zoveel kans om slachtoffer te worden van een agressie-incident. Eenmaal opgenomen in een kliniek is de behoefte aan een veilige omgeving dus groot. Binnen de instelling blijkt het verpleegkundig personeel niet altijd in staat de patiënten te beschermen tegen agressie. De dreiging is veelal slechts afkomstig van een enkele medepatiënt.

Verpleegkundigen zijn binnen de GGZ verantwoordelijk voor de veiligheid van patiënten. Zij moeten zorgen voor een milieu waarin de patiënt kan herstellen. Veiligheid is hiervoor een eerste vereiste, als deze wordt bedreigd komen patiënten naar hen toe. Een patiënt vertelt bijvoorbeeld bang te zijn voor een medepatiënt. Ook het binnendringen van de kamer of diefstal van spullen komt regelmatig voor. De sfeer op de afdeling wordt dan gespannen, patiënten worden hyperalert en gaan de ‘dader’ in de gaten houden.

De verpleegkundige is wel verantwoordelijk maar heeft op belangrijke punten geen beslissingsbevoegdheid om in te grijpen. De behandelaar (psychiater of psycholoog) bepaalt waar de patiënt wordt verpleegd, ook de patiënt die een gevaar vormt voor zijn/haar omgeving. Deze behandelaar luistert soms wel, soms niet naar verpleegkundigen en neemt het belang van medepatiënten soms wel maar meestel niet mee in de overwegingen tot (over)plaatsing. Verpleegkundigen en patiënten zijn dus afhankelijk van de willekeur van de behandelaar die zelf niet aanwezig is in het dagelijks milieu.

We willen de bevoegdheid om te beslissen dat een patiënt moet worden overgeplaatst naar een veiliger setting wanneer de veiligheid in het geding is. Elke patiënt kan veilig verpleegd worden, als de setting hierop is afgestemd. De actiegroep stelt dat niet alleen verpleegkundigen en medepatiënten gebaat zijn bij een tijdige herplaatsing, maar ook de veroorzaker zelf. Het is voor niemand goed om dader te worden, zeker niet als dit voortkomt uit een ziektebeeld.

De verpleegkundigen eisen niet alleen beslissingsbevoegdheid rond overplaatsing maar eisen ook openbaarheid van het aantal agressie-incidenten per instelling zodat heldere streefnormen kunnen worden gesteld en de instelling hierop kan worden afgerekend. Het is bekend dat 70% van de psychiatrisch verpleegkundige jaarlijks slachtoffer wordt van verbale agressie en 40% van fysieke agressie. Deze cijfers zijn niet uitgesplitst naar instelling. Wanneer de verpleegkundigen zelf niet veilig zijn kunnen zij de veiligheid van patiënten niet waarborgen.

Is aansprakelijk stellen van de werkgever niet beter dan aangifte doen tegen patiënt?

Afgelopen week is een winkelier aansprakelijk gesteld voor de schade die zijn werkneemster opliep bij een agressieve overval. De winkelier moet immers voor een veilige werkplek zorgen stelde de rechter - AD.

Binnen de GGZ werd 40% van de werknemers in 2011 geconfronteerd met fysieke agressie. De aanpak blijft steken in mooie woorden en wat extra trainingen voor het personeel. Werkgevers lijken het niet zo belangrijk te vinden.

Verpleegkundigen voeren actie om de agressie terug te dringen. Ze willen dat de cijfers per instelling openbaar worden en dat ze zelf de bevoegdheid krijgen om te beslissen over plaatsing van een patiënt als de veiligheid in het geding is.

Werknemers kunnen echter ook –net als genoemde werkneemster– de werkgever aansprakelijk stellen. In genoemde zaak betreft de schade tienduizenden euro’s. Mogelijk helpt deze aansprakelijkheid de werkgevers om serieus werk te gaan maken van de veiligheid in de sector.

Aangifte doen tegen de patiënt dient vooral de dossiervorming zodat de patiënt na meerdere aangiftes ooit overgeplaatst kan worden naar het forensische circuit. Het heeft beperkt therapeutisch effect op het gedrag van de patiënt in het hier en nu en geeft geen enkele prikkel aan de werkgever. Zie berichtje in Trouw.

7 sep. 2012

Gesprek met V&VN

We hebben gesproken met directeur Helma Zijlstra en beleidsadviseur Desiree Bierlaagh over zeggenschap en de steun die we bij V&VN zoeken.

De V&VN heeft na het gesprek een email uitgestuurd aan de besturen van de GGZ-afdelingen met de vraag of zij het initiatief 'Handen Af van de GGZ-verpleegkundigen' willen oppakken en willen voorleggen aan hun leden.

Ook zal aan de besturen de vraag worden voorgelegd om kritisch te kijken naar onze blauwdruk van zeggenschap bij (over)plaatsing. We hopen dat de afdelingen in principe achter een dergelijk protocol staan en dit willen toetsen vanuit de beroepsinhoudelijke kant. Als dat het geval is, zijn we weer een stap verder. Zie de blauwdruk.

Verwurgd

Ik werk op de eerste verdieping. Ik liep een keer door de hal beneden en hoorde uit het trappenhuis vanaf de eerste verdieping een van mijn patiënten schreeuwen. Toevallig liep Karla ook in de hal en ze zei tegen me dat ze iedere keer als ze hem hoort schreeuwen bang wordt en het kantoortje wil invluchten. Ik zei: “Maar je werkt toch beneden?”. Ze zei dat ze een keer door die patiënt verwurgd is. Hij liep toen ook zo te schreeuwen en ze had vriendelijk aan hem gevraagd wat er aan de hand was en of ze iets voor hem kon doen.

Ik had het verhaal eerder gehoord, dat een collega hier bijna dood was gegaan door verwurging en net op tijd door haar collega’s ontzet kon geworden. Het was een jaar voordat ik hier kwam werken gebeurd. Ik wist alleen niet dat het Karla was. Ik vind het heel erg voor haar dat ze elke keer angstig wordt en herbelevingen krijgt als ze hem hoort. Ik ken deze patiënt en weet dat hij om de dag wel een keer schreeuwt. Ik vind het eigenlijk schandalig dat Karla dit telkens moet ondergaan.

6 sep. 2012

Uit verhalen van verschillende verpleegkundigen I

• Deze patiënt was net opgenomen en direct was er een beklemde sfeer op de afdeling. Twee patiënten zijn die avond nog ongepland naar huis gegaan. Ze durfden gewoon niet meer op de afdeling te blijven.

• Ik heb het maar één keer meegemaakt dat iemand echt verkracht is op de afdeling. Lastigvallen gebeurt veel vaker en je weet natuurlijk niet wat je niet hoort.

• Een patiënt had ooit een relatie met een mede-patiënte. Nadat ze het uitgemaakt had bleef hij nog een half jaar achter haar aanlopen voor seks en moest ze hem bijna dagelijks letterlijk van zich af schreeuwen. Gelukkig was ze dan heel woest en onbenaderbaar en kon ze zichzelf daarmee redden. Soms moesten wij hem, afgaande op haar geschreeuw, uit haar kamer te plukken.

• Een patiënt van ons blijft nu al een jaar om beurten zeggen dat hij onze collega Bianca van de andere afdeling zo leuk vindt, en een dag daarna dat hij een mes wil kopen om haar te doden. Vervolgens heeft hij weer berouw van zijn woorden en zegt hij dat hij zoiets nooit zal doen en dat hij zijn stemmen nooit zal gehoorzamen. Maar twee weken later herhaalt het zich weer. Ik word daar soms behoorlijk nerveus van, want je houdt er toch rekening mee dat hij wel een keer dat mes koopt.

• Het was op een afdeling met dementerende ouderen. Die ene Korsakow-patiënt zorgde voor zoveel dreiging en onrust dat de meesten stilletjes in een hoekje bleven zitten. Sommigen werden juist erg onrustig of schreeuwerig. Iedereen was bang.

5 sep. 2012

Resultaten kamervragen aan de Minister van VWS

Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) heeft n.a.v. de petitie 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' kamervragen gesteld aan mw. Schippers, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Lees de antwoorden op de kamervragen van de minster en de antwoorden op de aanvullende kamervragen.

De antwoorden van de minster zijn begripvol en de minister helpt ons het doel van zeggenschap bij (over)plaatsing te bereiken:
- De minister vindt dat zeggenschap op de agenda gezet moet worden bij het overleg tussen de sociale partners in de GGZ.
- De minister zal nu ook de beroepsorganisatie V&VN hierbij betrekken.

De minister stelt echter teleur als het gaat om:
- Verplichte deelname aan het Actieplan 'Veilig Werken in de Zorg'
- Openbaarheid van de agressiecijfers
- Het afrekenen op resultaten en het inzetten van de Inspectie.

Het Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ hoeft volgens de minster niet verplicht te worden. Ze laat het erbij door te zeggen dat opsporing en vervolging van daders reeds een verplicht onderdeel is. Dit onderdeel is voor de GGZ echter het minst relevant.

Wel relevant zijn het toepassen van de interventies uit Arbocatalogus GGZ, het gebruik van vergelijkbare agressiecijfers en het geven van trainingen - deze onderdelen hoeven dus volgens de minister niet verplicht te worden, ze worden slechts geadviseerd.

Net als de Inspectie SZW (de voormalige Arbeidsinspectie) stelt de minister dat het veiligheidsbeleid in de GGZ "redelijk tot goed" is. Dit ondanks het feit dat de agressiecijfers voor de GGZ veel hoger zijn dan voor de meeste andere sectoren in de zorg. We zien nergens een aanzet om de daling van de agressiecijfers af te dwingen, hetzij via openbaarheid van de cijfers, hetzij via extra focus van de Inspectie op dit punt.

Met de Inspectie lijkt de minister zich meer te richten op de psychosociale arbeidsbelasting en minder op de fysieke agressie. De minister herhaalt het bekende gezegde dat geweld niet te voorkomen is en dat we maar moeten leren er mee om te gaan d.m.v. meer trainingen.

Voor ons ligt de prioriteit bij de zeggenschap. Zeggenschap is het effectiefste middel om incidenten te voorkomen en de cijfers naar beneden te brengen. Trainingen zijn belangrijk voor alle verpleegkundigen en studenten, maar extra training is vooral daar nodig waar onveilige patiënten zijn. Met zeggenschap zullen deze patiënten minder vaak voorkomen op de gewone afdelingen. Extra trainingen kunnen in dat geval het beste gekoppeld worden aan intensieve opnamesettings.

Zie ook onze reactie in de Psy

4 sep. 2012

Uit het niets, een salvo van vuistslagen

Ik noem mezelf maar even Roderik. Ik zat een keer te lezen in het kantoortje, met mijn rug naar de open deur. Plotseling kreeg ik een salvo van vuistslagen tegen de zijkant van mijn hoofd, om beurten links en rechts. Pas na enige tijd drong het tot me door dat ik voorover moest buigen. Ik keek achterom en zag iemand weglopen. Ik kreeg een waas voor mijn ogen en vloog achter hem aan en gaf hem een vuistslag terug, tegen zijn arm die afketste op zijn kin. Daarna kalmeerde ik en liep ik terug naar het kantoor.

Ik moest op het matje komen en werd op non-actief gesteld en later overgeplaatst naar een andere locatie. Ik voelde me enorm schuldig dat ik een patiënt had geslagen. Mijn ondersteuner van de vakbond zei me dat wanneer je zoiets doet, het ‘zelfverdediging in exces’ wordt genoemd. Met andere woorden, dan heeft het te maken met de adrenalinestoot die je op dat moment krijgt.

Later hoorde ik dat de patiënt was overgeplaatst naar een zwaardere setting. Een van mijn collega’s is eens gaan terugzoeken in de rapportages en telde negen incidenten door deze patiënt in de afgelopen 11 maanden. Zes op dezelfde manier als bij mij, zowel tegen verpleegkundigen als tegen medepatiënten. Bij 1 incident heeft hij met een mes gezwaaid en bij 2 incidenten ging het om het betasten van vrouwen. Wie weet wat hij op straat allemaal gedaan heeft.

Pas op mijn nieuwe werkplek vond ik een email van de psychiater van mijn oude afdeling waarin duidelijk stond dat ik overgeplaatst was omdat “de verhouding tussen Roderik en zijn leidinggevende toch niet meer goed was”. Ze had een reden gevonden om me te lozen.

Een paar weken later hoorde ik van een oudcollega dat op mijn oude afdeling een leerling verpleegkundige flink in elkaar was geschopt en geslagen voor een patiënt. Toen ze tegen de collega’s vertelde wat er gebeurd was zei ze: “Ik durfde me niet te verweren omdat ik er steeds aan moest denken wat er met Roderik was gebeurd.”

Wat me heel goed heeft gedaan is dat een van de patiënten op mijn oude afdeling van plan was een actie te starten “om Roderik terug te krijgen”. Hij is toevallig twee jaar later overgeplaatst naar de afdeling waar ik nu werk en we hebben een speciale band met elkaar.

Resultaten gesprek met Veilige Publieke Taak

Het gesprek met expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT) heeft geen concrete resultaten opgeleverd. VPT zegt vanuit hun positie geen stelling te kunnen nemen t.a.v. onze petitie. Dit was te verwachten aangezien VPT opereert binnen de vrijwilligheid en vrijblijvendheid van de GGZ-instellingen om de agressie aan te pakken. Wij vinden juist dat de vrijwilligheid als uitgangspunt onvoldoende is. Jammer dat VPT niet van plan lijkt extra te focussen op de GGZ-instellingen.

2 sep. 2012

De agenda voor september

Na de start op 6 augustus hebben we in 3 weken tijd alle media gehaald en veel steun van politieke partijen en vakbonden gekregen. Ook zijn veel contacten gelegd. Daarom gaan de initiatiefnemers van 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' in de maand september in gesprek met diverse organisaties met als doel om nu al veranderingen in gang te zetten en dingen voor elkaar te krijgen, dus al voor we de petitie inleveren bij de Minster!

LPGGz
Met LPGGZ is contact gelegd en we willen met hen in gesprek komen over de gemeenschappelijke belangen van verpleegkundigen en patiënten in de GGZ als het gaat om veiligheid. We willen onderzoeken hoe we samen kunnen werken vanuit de gedachte 'een veilige GGZ voor iedereen'. De beweging die de petitie 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' in gang heeft gezet zou in een latere fase verder kunnen gaan onder de noemer 'Veilige GGZ'. Belangrijke vraag is vooralsnog: Hoe kunnen we het agressieprobleem bespreekbaar maken zonder dat het leidt tot stigmatisering van de patiënten? We zijn heel benieuwd.

NU91
We gaan met een jurist van NU91 praten over mogelijkheden tot verankering van zeggenschap van verpleegkundigen bij (over)plaatsing en de verankering van de openbaarheid en transparantie van de agressiecijfers. Er zijn diverse plekken denkbaar, maar welke is geschikt? En hoe krijg je het voor elkaar? CAO, beroepsprofiel, statuten GGZ-instellingen, Arbocatalogus GGZ of Arbowet? We vragen het aan de specialist.

Veilige Publieke Taak
GGZ-verpleegkundigen verrichten net als b.v. ambulancebroeders en trambestuurders een publieke taak. Toch lijkt onze beroepsgroep te worden vergeten. Is dit omdat we onzichtbaar achter muren werken? We gaan het voorleggen aan Veilige Publieke Taak (VPT) en vragen wat er nodig is om ook gezien te worden als een beroepsgroep onder druk van agressie en vooral wat VPT aan onze veiligheid zou kunnen doen.

V&VN
We gaan een open gesprek aan over hoe de V&VN ons kan steunen. Onderwerpen die wij zullen inbrengen zijn de invulling van zeggenschap bij (over)plaatsing als werkwijze of protocol en de verankering van zeggenschap in het beroepsprofiel of de Arbocatalogus GGZ. Ook willen we weten of en hoe de V&VN-afdelingen/platforms een rol kunnen spelen bij de ondersteuning van onze petitie en het behalen van onze doelstellingen.
De afdelingen/platforms zijn: Adviesradennetwerk GGZ, Consultatieve Psychiatrie, GGZ Verpleegkunde, Justitieel Verpleegkundigen en Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen.

GGZ Nederland
In de voorbereidingsfase van de petitie hebben we met de specialist voor de personeelsveiligheid van GGZ Nederland gesproken. We gaan nog een keer terug om te praten met de specialist voor patiëntveiligheid. Deze twee aspecten hangen immers samen en kunnen misschien het beste tegelijk worden aangepakt.

Dimence
We gaan praten met de voorzitter van de raad van bestuur (tevens vice-voorzitter van GGZ-Nederland) over zijn ervaringen met zeggenschap voor verpleegkundigen bij (over)plaatsing. We zijn heel benieuwd welke vorm de zeggenschap toen had en of dat lijkt op de werkwijze zoals wij die nu voorstellen in onze fake-arbocatalogus. We willen graag zijn ideeën horen over hoe de verantwoordelijkheid van verpleegkundigen voor de veiligheid handen en voeten kan krijgen. En vooral hoe je de signalen van een acute en reële dreiging vanuit verpleegkundigen en patiënten, snel kunt omzetten in adequaat plaatsingsbeleid.

Inspectie SZW
De Arbeidsinspectie heet tegenwoordig 'Inspectie SZW'. Wij willen graag van de Inspectie horen wat men vindt van openbaarheid en transparantie van de agressiecijfers. In het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' worden alarmerende cijfers genoemd voor de GGZ als sector. Terwijl de Inspectie de indruk geeft dat de GGZ-instellingen het juist heel goed doen op het gebied van personeelsveiligheid. Hoe is dat te rijmen? Zou het voor het werk van de Inspectie niet beter zijn dat de cijfers van de sector worden uitgesplitst naar cijfers per instelling? En deze nog verder uitgesplitst naar cijfers per afdeling?