19 aug. 2012

Zeggenschap van GGZ-verpleegkundigen bij plaatsing, overplaatsing en terugname van onveilige patiënten

De verpleegkundigen zijn de eersten die merken dat een patiënt niet langer veilig verpleegbaar is. In het dagelijks contact zien zij het, horen het en voelen het aan den lijve. Zij krijgen als eersten signalen van medepatiënten die mogelijk slachtoffer zijn, zich bedreigd of onveilig voelen - terwijl een GGZ-instelling juist een veilige haven moet zijn.

In het beroepsprofiel GGZ-verpleegkundige staat dat verpleegkundigen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van patiënten, de werkomgeving en de verblijfsomgeving, dus inclusief familie en andere bezoekers. Over bevoegdheden die daarbij horen wordt niet gesproken. In de profielschetsen van behandelaren (psychiater, arts-assistent of psycholoog) is niet terug te vinden dat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de verpleegkundigen. Inderdaad, daar is de werkgever verantwoordelijk voor.

De behandelaar die niet aanwezig is binnen het dagelijks milieu, bevindt zich in het algemeen wat op afstand en komt consultatief in beeld. Wat veiligheid betreft staat de behandelaar dus in de tweede lijn. De behandelaar heeft hierdoor zelden te kampen met agressie-incidenten en heeft bovendien eigen afwegingen te maken vanuit de behandelverantwoordelijkheid.

Het zou een logische stap zijn om bij veiligheidsaangelegenheden de
regie & bevoegdheid tot plaatsing, overplaatsing en terugname bij het verpleegkundig team te leggen.
Deze bevoegdheid dient verankerd te worden in de Arbocatalogus GGZ, de CAO en het Beroepsprofiel.


Het gebruik van de bevoegdheid komt pas in beeld nadat alles gedaan is wat binnen de vermogens van de verpleegkundigen ligt om de agressie te verminderen.

Het gaat er om signalen die verpleegkundigen en patiënten krijgen serieus te nemen, zowel door collega's als door leidinggevende. De angst die verpleegkundigen kunnen voelen, eerdere agressie-incidenten veroorzaakt door een patiënt, een ‘niet pluisgevoel’ en vertrouwelijke mededelingen van patiënten zijn redenen om binnen het verpleegkundig team te bezien of de veiligheid nog gewaarborgd kan worden. Afhankelijk van de situatie (bijv. werkt de verpleegkundige alleen of met meerderen) kan het team besluiten tot overplaatsing naar een setting waarin de veiligheid wel te waarborgen is.

Met zeggenschap hopen we te bereiken dat gewelddadige patiënten niet onnodig lang onderhandeld rondlopen temidden van kwetsbare medepatiënten. Nu verloopt de besluitvorming vaak te traag waardoor incidenten optreden die voorkomen kunnen worden en onveilige situaties onnodig lang voortbestaan.