13 dec. 2012

Voorstel inzet NU’91 CAO-overleg 2013

Wij zijn verheugd te merken dat NU'91 onze voorstellen voor wat betreft openbaarheid en zeggenschap grotendeels overneemt. Wij willen met zeggenschap nog een stap verder gaan: het woordje 'mede' kan wat ons betreft weggehaald worden bij 'medezeggenschap' als het om onze veiligheid gaat. Zie de betreffende paragraaf, afkomstig uit Voorstel inzet NU’91 CAO-overleg 2013:

Veiligheid
Agressie veroorzaakt in de zorg veel lichamelijk en psychisch letsel. NU’91 is al jaren voorvechter van het terugdringen van agressie en geweld in de zorg. Dit vraagt om een cultuuromslag bij directie, management en medewerkers. Omdat agressie niet geheel is uit te bannen, streven wij naar 100% bescherming van de werknemers. Naast bestaande maatregelen in de wet en de Arbocatalogus GGZ, wil NU’91 het volgende vastleggen.
  • Agressiecijfers en maatregelen worden in het jaarverslag vastgelegd, zodat deze onderwerp van gesprek kunnen zijn met OR en werknemersorganisaties.
  • Medezeggenschap van verpleegkundigen bij de overplaatsing van zeer agressieve cliënten wordt stevig in de arbocatalogus verankerd.
  • Wanneer een werknemer melding maakt van gevoelde bedreiging en/of agressie van welke aard en omvang dan ook is de leidinggevende verplicht direct actie te ondernemen om cliënt en werknemer te scheiden. Dit zal geen nadelige gevolgen hebben voor de werknemer.

10 dec. 2012

Oproep voor de laatste handtekeningen!

De teller staat nu op ruim 2600 handtekeningen, voornamelijk uit de GGZ zelf. Op 15 december sluiten we de petitie en gaan deze op 18 december aanbieden in Den Haag.         =dit wordt januari=

We zouden je willen vragen om ons te helpen bij de eindsprint en een oproep te sturen naar je vrienden en bekenden (ook buiten de GGZ!) voor de laatste handtekeningen.

Op onze website kan je zien hoeveel media-aandacht de actie heeft gehad. Het woord is nu aan de politiek. Wij formuleren concept-moties om een effectieve aanpak te regelen en zullen deze tezamen met de handtekeningen overhandigen.

Elke extra handtekening telt!


2 dec. 2012

Zeggenschap van tafel geveegd - GGZ-cultuur niet klaar voor veiligheidsmaatregelen die echt werken

In tegenstelling tot de verwachtingen, heeft het gesprek met de beheerders van de Arbocatalogus GGZ niets opgeleverd. Op 27 november vond een belangrijk gesprek plaats. De Arbocatalogus zou worden herschreven en we zouden de zeggenschap van verpleegkundigen rond veiligheidskwesties daarin verankeren. Onze pseudo-arbocatalogus zou daarbij het uitgangspunt van gesprek zijn. Dachten wij. Het pakte anders uit.

Aan het gesprek namen deel: FNV, CNV (vakbonden) en GGZ Nederland (werkgevers). We zien steeds hetzelfde patroon: Men is bang zich te branden en schuift het daarom liever door naar anderen Niemand pakt door, niemand pakt aan.

De argumenten die we horen zijn steeds hetzelfde, ook nu weer. Men vindt dat verpleegkundigen reeds genoeg mogelijkheden hebben om aan behandelaren kenbaar te maken dat ze vrezen voor een incident of geen perspectief meer zien voor een patiënt. Men vindt dat verpleegkundigen anders maar moeten klagen bij de raad van bestuur of bij de Arbeidsinspectie of zich ziek moeten melden. Dat wordt letterlijk gezegd door de beleidsmakers.

Ook is men bang dat instellingen risicovolle patiënten niet meer kunnen onderbrengen op gewone afdelingen en dat zij daarmee voor plaatsingsproblemen komen te staan. Zorgplicht voor patiënten is duidelijk belangrijker dan zorgplicht voor verpleegkundigen. Terwijl het voor patiënten ook veiliger wordt als wij kunnen gaan beslissen.

Wij nemen daar geen genoegen mee. Telkens blijkt dat men niet aan echte zeggenschap wil omdat dit een maatregel is die echt werkt en dus consequenties heeft. Mogelijk moet er een beter passend aanbod komen, zoals high intensive care units. Dat merken we pas als verpleegkundigen de klappen niet meer willen opvangen in een onveilige omgeving.

Het Actieplan 'Veilig Werken in de Zorg' en de Arbocatalogus GGZ zijn vrijblijvend en zullen het daarom niet veiliger maken. Voor maatregelen die echt een omslag in de cultuur teweeg kunnen brengen zoals autonome zeggenschap van verpleegkundigen en openbaarheid van agressiecijfers (incl. genomen maatregelen), lijkt de tijd nog niet rijp.

(Het gesprek was de uitkomst van eerder overleg op 13 nov, dat plaatsvond op initiatief van VWS.)


18 nov. 2012

Gesprek met Karin Straus, VVD tweede kamerlid

Op 15 november hebben we Karin Straus gesproken, tweede kamerlid van de VVD. Al snel werd duidelijk dat Karin zich intensief bezighoudt met geweld tegen hulpverleners binnen de GGZ. Haar zorg gaat niet alleen uit naar de ‘publieke ruimte’ maar evengoed naar de GGZ achter de (gesloten) deuren. Ze maakt zich onder meer hard voor een convenant met de politie.

Ondanks de gedeelde missie kunnen we maar mondjesmaat iets voor elkaar betekenen. Wij denken dat zeggenschap van verpleegkundigen aangaande veiligheidskwesties (inclusief plaatsingsbeleid) en openbaarheid rondom incidenten (en de aanpak ervan) feitelijk de enige manier zijn om beweging in de situatie te krijgen. Hierover kregen we de handen niet helemaal op elkaar.

We hoorden van Karin dat het ‘Aktieplan Veilig werken in de Zorg’ op korte termijn geëvalueerd gaat worden. Wij zitten hierbij op het vinkentouw om onze eisen erin op te laten nemen. We worden hierover door Karin op de hoogte gehouden.

14 nov. 2012

Gesprek met VWS, GGZ-Nederland, V&VN, Inspectie SZW - deel 1: Zeggenschap

Op 13 november vond dit gesprek op initiatief van VWS plaats, helaas zonder NU'91 maar met de Inspectie SZW. Er werden 2 onderwerpen besproken: Zeggenschap en openbaarheid.

deel 1: Zeggenschap bij (over)plaatsing en terugname

De aanwezigen beseffen dat het exclusieve overplaatsingsrecht van de psychiater nog te vaak incidenten te zien geeft die voorkomen zouden kunnen worden als eerder wordt ingrijpen. Om het eerste incident voor te zijn zullen we dus moeten beslissen op basis van gevoelens en intuïtie. Gelukkig is dit nu juist een gebied waar GGZ-verpleegkundigen hun beroep van gemaakt hebben.

Tot onze verassing bleek dat GGZ-verpleegkundigen op grond van de Wet BIG reeds bevoegd zijn tot zeggenschap bij overplaatsing. Het probleem ligt dus niet in het ontbreken van de bevoegdheid maar in het feit dat we als GGZ-verpleegkundigen te weinig van deze bevoegdheid gebruik maken en dat, wanneer we dit wel doen, onze stem niet voldoende wordt gehoord.

Om er voor te zorgen dat alle betrokkenen (artsen, leidinggevenden en vooral ook de GGZ-verpleegkundigen) ervan doordrongen zijn dat verpleegkundigen bevoegd zijn en ze in de toekomst beter van de bevoegdheid gebruik zullen maken, hebben we het volgende afgesproken:

1. De initiatiefnemers van de petitie gaan op heel korte termijn, samen met GGZ Nederland en de vakbonden een conceptprotocol ontwikkelen over hoe te handelen bij vermoedens van gevaar. Vervolgens zal dit concept getoetst worden door de Inspectie SZW. Zodra de Inspectie akkoord is wordt het protocol vastgelegd in de Arbocatalogus GGZ. Dit proces zou al binnen 3 maanden afgerond kunnen zijn. Eventueel kan V&VN bijspringen door expertise in te brengen.

2. GGZ Nederland zal zich vervolgens inspannen om het nieuws te verspreiden. Uiteraard zullen de anderen dit ook doen.

Wij zijn als actiegroep heel erg blij met dit resultaat! De aanwezigen hebben ons er van kunnen overtuigen dat het vastleggen van zeggenschap in de Arbocatalogus GGZ net zo goed is als het vastleggen in de Arbowet en misschien wel beter. Vastleggen in de Arbowet is namelijk een proces dat wel 5 jaar kan duren en een onzekere uitkomst heeft. De Arbocatalogus GGZ is te zien als een uitvloeisel van de wet, maar dan veel meer in detail uitgewerkt. Eenmaal geaccepteerd door werkgevers, vakbonden en Inspectie SZW, heeft de catalogus dezelfde, bindende status als de wet. Top!

Gesprek met VWS, GGZ-Nederland, V&VN, Inspectie SZW - deel 2: Openbaarheid

Op 13 november vond dit gesprek op initiatief van VWS plaats, helaas zonder NU'91 maar met de Inspectie SZW. Er werden 2 onderwerpen besproken: Zeggenschap en openbaarheid.

deel 2: Openbaarheid van de agressiecijfers

Volgens ons draagt openbaarheid er toe bij dat iedereen over (on)veiligheid zal gaan praten en zal gaan meedenken over de oplossingen. Het zal inventiviteit en creativiteit losmaken die juist nodig is om nieuwe oplossingen te vinden. Dit gebeurt niet zolang het probleem aan het zicht onttrokken blijft. We willen dat het werken aan veiligheid de nationale sport van de GGZ wordt en dat iedereen, van de werkvloer tot aan de raad van bestuur, er voldoening uit zal putten om bij te dragen met goede, originele ideeën, best practices enz..

Tegen openbaarheid bestaat echter weerstand bij GGZ Nederland en V&VN. Men vreest dat openbaarheid zal leiden tot minder meldingen. Dit omdat instellingen die hun best doen om alle incidenten netjes te melden, dan juist het meest gestraft zullen worden in de publieke opinie, terwijl ze het eigenlijk beter doen dan instellingen die te weinig incidenten melden. Wij hebben deze argumenten al eerder weerlegd in dit blog:
Weerlegd: Openbaarheid leidt tot minder meldingen van incidenten;
Weerlegd: Openbaarheid leidt tot onbetrouwbare vergelijkingen tussen instellingen.

Er wordt op gewezen dat dit nu eenmaal de fase is waarin de sector op dit moment zit wat betreft het melden van incidenten. Wij vinden dit inderdaad slechts tijdelijke problemen die snel opgelost moeten worden omdat je anders het taboe in stand houdt. De sector moet er snel voor zorgen dat, tegelijk met de meldingen ook de genomen maatregelen worden gepubliceerd. En dat er sector-breed een gelijkluidend beleid komt ten aanzien van het registreren van incidenten en het nemen van maatregelen. Zie ons standpunt Van 'Veilig Incidenten Melden' naar 'Incidenten Melden & Maatregelen Nemen'.

Helaas is er op dit punt niet concreets afgesproken, anders dan dat openbaarheid misschien in de toekomt ooit mogelijk zal worden. Een cultuurscan van de sector vanuit het model van Hearts & Minds zou vermoedelijk opleveren dat de GGZ wat betreft personeelsveiligheid nog in een beginfase zit, de reactieve fase. Wij vinden dat openbaarheid in deze fase de aangewezen prikkel is tot een betere veiligheidscultuur.

We zullen onze actie dan ook voortzetten met de bedoeling om via de openbaarheid van Meldingen & Maatregelen -plus wat daar verder voor nodig zal blijken te zijn- de cultuur te helpen veranderen in een open, proactieve cultuur waarin het realiseren van de beste zorg binnen volledige personeelsveiligheid de standaard is.

23 okt. 2012

Open brief aan de Tweede Kamer voor de begrotingsbehandeling

Van 6 t/m 8 november vindt de begrotingsbehandeling plaats. De Tweede Kamer heeft drie dagen lang de gelegenheid om het kabinet te bevragen rond beleid en begroting. Voor ons als actiegroep is het van belang dat de agressie tegen GGZ-verpleegkundigen wordt meegenomen in deze besprekingen.


De veiligheid van hulpverleners in het algemeen staat al wat langer in de picture en zal ongetwijfeld onderwerp van gesprek zijn. Tot op heden viel het akelig stil in Den Haag als het over de GGZ ging, alsof de GGZ buiten het beleid zou vallen. Wij willen dat de GGZ expliciet een onderwerp wordt. Juist omdat onze sector zo onveilig is en een specifieke aanpak vraagt.

We hebben nu in elk geval binnen de PvdA en een aantal kleinere partijen gerichte steun voor onze actie. 2e Kamerleden van andere partijen zullen we vragen om ons te steunen. We sturen hen een persoonlijke email met de open brief waarin we hen vragen om in de begrotingsbehandeling onze veiligheid te bespreken.


22 okt. 2012

Veiligheid kost geld, onveiligheid nog meer

Het is niet precies te zeggen wat agressie in de GGZ op dit moment kost en ook niet wat de kosten zijn van een effectieve aanpak. Toch willen we wat kosten op een rij zetten. We willen echter benadrukken dat onveiligheid het welzijn van alle betrokkenen en de kwaliteit van zorg ernstig aantast. Een effectieve aanpak mag nooit alleen het gevolg van een rekensom zijn.

Wat cijfers
  • 7 Van de 10 verpleegkundigen had afgelopen jaar te maken met verbale agressie
  • 4 Van de 10 verpleegkundigen had te maken met fysieke agressie
  • Na een fysiek incident heeft 26% psychische klachten en 38% fysiek letsel
  • Na een fysiek incident verzuimt 25% een dag of langer en 0,7% langer dan een jaar
  • Verpleegkundigen verlaten na gemiddeld 7 jaar het vak.
Kosten agressie
  • Ziekteverzuim: ongeveer € 100 per dag
  • Opleiden nieuwe verpleegkundige: ongeveer € 40.000
  • Stagnerend herstel patiënt: ongeveer € 250 per dag
Kosten van effectieve aanpak
  • Regelen zeggenschap verpleegkundigen bij plaatsing van onveilige patiënten: nihil
  • Vastleggen openbaarheid van incidenten: nihil
  • Minister Schippers heeft in antwoord op Kamervragen gesteld dat er geen tekort is aan passende plaatsen voor patiënten met agressieproblematiek. Het kan blijken dat er toch aanpassing van het zorgaanbod nodig is wanneer verpleegkundigen zeggenschap krijgen over plaatsing omdat verborgen zorgvraag dan aan het licht komt. We pleiten ervoor om financiering niet alleen bij VWS te zoeken maar ook bij Justitie omdat agressie en overlast in de publieke ruimte worden tegengegaan door juiste plaatsing.
    Zie ook Weerlegd: Zeggenschap veroorzaakt een pool van patiënten die nergens heen kunnen

20 okt. 2012

HKZ doet niet aan personeelveiligheid

Wist je dat instellingen die HKZ-gecertificeerd zijn helemaal niets hoefden te doen aan personeelveiligheid om het certificaat te verkrijgen? HKZ kijkt alleen naar patiëntveiligheid. Op zich is dat heel erg goed, daar willen we niets op afdingen. Het is goed dat patiënten en familie kunnen zien dat de veiligheid goed is. Maar als je nu wilt solliciteren? Bij wat voor werkgever kom je dan terecht? Vanuit personeelsoptiek is HKZ dus niet relevant.

Bij de inspectie is het bekend dat personeelonveiligheid samengaat met
patiëntonveiligheid. Zolang de personeelonveiligheid groot blijft, wat zegt een HKZ-certificaat dan eigenlijk nog over de patiëntveiligheid?

En wist je dat de werkgeversorganisatie GGZ Nederland de hoofdfinancier is van HKZ? Mocht je ooit willen dat personeelveiligheid een vereiste wordt voor HKZ-certificatie, dan zal GGZ Nederland de kosten voor de invoering en controle op zich moeten nemen. Dat gaan ze dus niet doen. Handen Af van GGZ-verpleegkundigen moet het dus voorlopig zonder HKZ-certificaat stellen!

17 okt. 2012

Gesprek gepland over gezamenlijke aanpak agressie

Gerben Korthouwer van het ministerie van VWS heeft het initiatief genomen om vijf partijen rond de tafel te vragen om het tegengaan van agressie in de GGZ te bespreken. Het betreft GGZ-Nederland, V&VN, NU91, Inspectie SZW en wij als actiegroep ‘Handen Af van GGZ-verpleegkundigen’.

Het doel van de bijeenkomst is om af te spreken wie er wat gaat doen bij de aanpak. Wij juichen dit initiatief van harte toe en werken er graag aan mee. Mogelijk vindt het gesprek nog voor de begrotingsdebatten van 6 november plaats.

Personeelsveiligheid vereist een andere attitude bij GGZ Nederland

Een korte blik op de website van de werkgeversorganisatie GGZ Nederland maakt al snel duidelijk dat veiligheid van het personeel laag op de agenda staat. Tussen de vele beleidthema’s (36!) vinden we er slechts één die gaat over ‘Arbeidomstandigheden’. De woordkeuze daarbij is veelzeggend – er had ook kunnen staan Personeelsveiligheid.

Open je dit thema dan herken je de passieve benadering: Men doet aan ‘informeren’, ‘verzuimgegevens verstrekken’ en heeft ‘aandacht voor verbeterprojecten’. De betreffende beleidsmedewerker verdeelt haar aandacht over veel meer zaken dan alleen de personeelsveiligheid, nota bene: ‘Financiering en Arbeidszaken’.

Als actiegroep dringen wij bij GGZ Nederland aan op een compleet andere attitude, op gedrevenheid om alle onveiligheid binnen afzienbare tijd uit te bannen. De verpleegkundigen vormen veruit de grootste groep werknemers en we hebben net als ieder ander recht op een veilige werkplek.

16 okt. 2012

Themadag Veilig Fysiek Ingrijpen

Gister is op de themadag Veilig Fysiek Ingrijpen de stelling bediscussieerd 'Verpleegkundigen moeten zeggenschap krijgen bij (over)plaatsing als het om hun eigen veiligheid en die van hun patiënten gaat'.

Hierbij een overzicht van de gehoorde negatieve argumenten - de positieve argumenten herhalen we niet, die vindt je elders op dit blog.

  • Als een patiënt overgeplaatst moet worden dan kun je dat toch bespreken met de leiding of de behandelaren
  • Verpleegkundigen kunnen hun bezwaren niet goed en niet professioneel verwoorden
  • Verpleegkundigen zeggen de ene dag dit en de andere dag wat anders - ze zijn het nooit eens
  • Je moet op een of andere manier eerst het hele team achter zo'n beslissing zien te krijgen
  • Als je het aan een verpleegkundige overlaat dan wordt elke patiënt overgeplaatst waar ze een keer bonje mee hebben gehad
  • Je kunt wel zeggen dat een patiënt overgeplaatst moet worden, maar waar moet die dan heen? Daar willen ze hem ook niet hebben!
  • Het is niet rechtvaardig de slachtoffers te laten beslissen over de daders, dat moet een neutrale partij zoals de behandelaren doen
  • Patiënten zouden dan ook het recht moeten hebben om verpleegkundigen over te plaatsen.
illustratie afkomstig uit artikel in Arts en Auto

15 okt. 2012

Zeggenschap: geen gunst maar een recht

We hebben de laatste tijd gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de werkgeversorganisatie GGZ Nederland.

In deze gesprekken lijkt alles belangrijker dan de veiligheid van ons als verpleegkundigen. De zorgplicht naar patiënten en de zeggenschap van dokters gaan voor. Het lijkt erop dat GGZ-Nederland zich overal heel verantwoordelijk voor voelt behalve dan voor de veiligheid van verpleegkundigen. Eerlijk gezegd is dit onverwacht en ook teleurstellend. Verpleegkundigen zijn de grootste groep werknemers. Onze veiligheid zou prioriteit moeten hebben.

In alle gesprekken kwam ook de ideale situatie ter sprake: dat de behandelaar en het verpleegkundig team gezamenlijk vaststellen dat een patient moet worden overgeplaatst als de veiligheid niet te waarborgen is. In deze ideale situatie zouden verpleegkundigen dan een doorslaggevende stem hebben als het om de veiligheid gaat. Dit is precies wat we met zeggenschap willen vastleggen - niet als gunst maar als recht! Het recht om een veto uit te spreken, ook in niet-ideale situaties waarin het overleg niet goed is, de behandelaren niet goed luisteren of de besluitvorming te traag verloopt.

Ook de openheid rond de agressiecijfers die wij voorstaan werd als positief gezien maar ... de data zouden onbetrouwbaar zijn, het zou melden tegengaan, enz. Ook ‘onbetrouwbare’ data zijn echter een opening van gesprek met als enig doel om het volgende incident te voorkomen. Hier zou niets geheims aan moeten zijn. Laat iedereen maar meekijken, meedenken en creatief worden. Onze verwachting is, dat werknemers meer gaan melden wanneer alles openbaar wordt omdat ze beseffen dat de kans daarmee toeneemt dat er ook iets mee gebeurt, i.t.t. dat de situatie dat de meldingen in de la verdwijnen. Natuurlijk kunnen personalia geheim blijven, die zijn ook niet relevant.

Wij verwachten weinig van het huidige beleid van GGZ- Nederland omdat dit totaal vrijblijvend is en we hebben gezien waar vrijblijvendheid ons brengt.

14 okt. 2012

Tegenargumenten weerlegd

Iedereen weet dat de GGZ niet veilig is voor verpleegkundigen en patiënten. Wij zijn daarom sterk voor gezamenlijke oplossingen maar we verwachten van de vrijblijvende wijze waarop deze nu worden nagestreefd (denk aan het actieplan 'Veilig Werken in de Zorg') te weinig concreet resultaat. Door vrijblijvendheid hebben we nu decennialang heel hoge agressiecijfers en zien we telkens opnieuw voorkombare incidenten.

We zoeken naar manieren om de cultuur te doen laten omslaan en oplossingen af te dwingen, waardoor men daadwerkelijk alles uit de kast gaat halen en creatief moet worden. Dan zal opeens veel meer mogelijk blijken.

Onze speerpunten zijn zeggenschap van verpleegkundigen en openbaarheid rond agressiecijfers, zoals elders in dit blog uitgelegd. We horen soms tegenargumenten die we in een aantal blogberichten willen weerleggen:

Weerlegd: Zeggenschap is overbodig en verstoort goed overleg

In de ideale situatie stellen de behandelaar en het verpleegkundig team in gezamenlijk en goed overleg vast dat het niet meer gaat. Men is het er over eens dat de dreiging van een ernstig incident reëel en acuut is en besluit de patiënt over te plaatsen of tot andere maatregelen over te gaan.

In deze ideale situatie zouden verpleegkundigen dan een doorslaggevende stem hebben als het om de veiligheid gaat van zichzelf en hun patiënten. Dit is precies wat we met zeggenschap willen vastleggen - niet als gunst maar als recht! Het recht om een veto uit te spreken, ook in niet-ideale situaties waarin het overleg niet goed is, de behandelaren niet goed luisteren of de besluitvorming te traag verloopt.

Op dit moment is een van de meest gehoorde klachten van verpleegkundigen dat behandelaren niet goed geluisterd hebben en niets of te weinig gedaan hebben met eerdere waarschuwingen en pas wachten met daadkrachtig ingrijpen tot zich meerdere incidenten hebben voorgedaan.

Indien de werkgever de bevoegdheid tot overplaatsing delegeert aan de verpleging, in die situaties waarin de veiligheid in het geding is, wordt 'goed overleg' beter en gelijkwaardiger overleg en zal dit de samenwerking tussen de disciplines juist ten goede komen.

Weerlegd: Zeggenschap leidt tot willekeurige overplaatsingen

De bevoegdheid voor verpleegkundigen tot zeggenschap bij (over)plaatsing en terugname geldt alleen voor die situaties waarin de veiligheid van de verpleegkundigen en hun patiënten in het geding is.

De bevoegdheid mag niet tot beslissingen leiden op verkeerde gronden zoals lastigheid of persoonlijke aversie. Er zal een eenvoudige procedure gebruikt worden die waarborgt dat alleen de veiligheid in het geding is, waarbij ook de teamleider een rol heeft en waarbij ook gekeken wordt naar andere opties dan overplaatsing.

Uitgangspunt is dat elke individuele verpleegkundige het recht heeft om op de juiste gronden overplaatsing als optie voor te stellen en bespreekbaar te maken met de teamleiding. Indien na het volgen van de procedure overplaatsing noodzakelijk wordt geacht om incidenten te voorkomen, dient dit als bindend gegeven te worden gezien door de overige disciplines en wordt de patiënt overgeplaatst.

In de evaluatiefase kan nagegaan worden of alle mogelijke interventies op juiste wijze zijn toegepast, aanpassing of verbetering behoeven en kunnen criteria worden geformuleerd waaraan bij terugname zal moeten worden voldaan.

Weerlegd: Zeggenschap veroorzaakt een pool van patiënten die nergens heen kunnen

Minster Schippers zegt in haar antwoord op kamervragen van Lea Bouwmeester: "Ja, er zijn voldoende behandelplekken beschikbaar voor psychiatrische patiënten met agressieproblematiek. Deze patiënten kunnen behandeld worden op – of overgeplaatst worden naar – een forensisch psychiatrische afdeling, een forensisch psychiatrische kliniek of een kliniek intensieve behandeling." (bron)

Voor veel patiënten met agressieproblematiek zou opname in een Kliniek Intensieve Behandeling (KIB) mogelijk een te zware oplossing zijn. In het verlengde van onze eis van zeggenschap, verwachten we dat de instellingen hun verantwoordelijkheid zullen nemen en er voor zorgen dat er in de eigen instelling (of regio) een toepasselijke setting komt waar deze groep veilig kan worden verpleegd en ook weer perspectief krijgt.

Een dergelijke setting zou een tussenvorm kunnen zijn tussen een kliniek intensieve behandeling en een gewone gesloten afdeling, met een geëigende bouwkundige inrichting, meer en speciaal getraind personeel, meer expertise en een therapeutische milieu gericht op veilig omgaan met onveiligheid en het oplossen van agressieproblematiek.

Er bestaan overigens vergevorderde plannen in die richting: High & Intensive Care (HIC - GGZ Breburg) en 'Transferium' (Dimence), waarbij de intensiteit van de zorg schaalbaar is.

Zie ook Veiligheid kost geld, onveiligheid nog meer.

Weerlegd: Openbaarheid en zeggenschap helpen niet, gemeenschappelijke oplossingen wel

Geheimzinnigheid bij en geheimhouding van wantoestanden vormen in het algemeen de dekmantel waar achter deze in stand worden gehouden. Denk maar eens aan het misbruik van kinderen bij de rooms-katholieke kerk en de jeugdzorg. Zonder erkenning van het agressieprobleem in de GGZ, zonder openbaar inzicht in de aard en omvang, kan niet aan effectieve oplossingen worden gewerkt.

Wij zijn niet tegen gemeenschappelijke oplossingen, integendeel, wij propageren deze juist en zeggenschap is er een van. Openbaarheid van agressiecijfers en zeggenschap bij overplaatsing dingen niets af aan gemeeschappelijke oplossingen - het zijn toevoegingen bedoeld om af te rekenen met de vrijblijvendheid:

Openbaarheid is de transparante laag rondom het hele pakket van denkbare gemeenschappelijke oplossingen en moet de instellingen moreel en formeel verplichten om tot algemeen maatschappelijk aanvaardbare agressiecijfers te komen, niet hoger dan in andere maatschappelijke sectoren. Hoe ze dat willen bereiken is aan hen, maar halen ze deze norm niet dan moet iedereen dat weten en dient de Inspectie SZW adequaat in te kunnen grijpen.

Zeggenschap, als bevoegdheid van verpleegkundigen bij (over)plaatsing en terugname indien hun eigen veiligheid of die van hun patiënten in het geding is, is de gemeenschappelijke oplossing optima forma. We kennen al het 'mogen meepraten', dit dient alleen nog maar geformaliseerd te worden tot een bevoegdheid. Het is zowel heel voor de hand liggend als uiterst effectief: Ingrijpen door degenen die er het dichts op zitten en zelf het slachtoffer worden als ze dat niet doen.

Ook voor patiënten zou het emanciperend zijn indien zij de mogelijk krijgen om te bepalen dat ze niet langer met een intimiderende medepatiënt de woonkamer e.d. hoeven te delen.

Weerlegd: Openbaarheid leidt tot minder meldingen van incidenten

Een werkgever die bereid is de aantallen incidenten te publiceren in het jaarverslag en daarbij vermeldt welke maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen, geeft aan het personeel een duidelijk signaal dat men gehoord wordt en dat er iets met de meldingen gedaan wordt.

Alleen als men weet dat het zin heeft om incidenten te melden ontstaat motivatie om er tijd in te steken die er vaak niet is. Openbaarheid zal juist leiden tot meer meldingen, vooral als ook de genomen maatregelen worden vermeld.

Nu is het zo dat veel GGZ-verpleegkundigen weten dat hun meldingen van incidenten in de la verdwijnen en aan het eind van het jaar hoogstens in een statistiek terecht komen die verder niemand te zien krijgt. Een situatie die geen motivatie opwekt om incidenten te melden. Dit is het geval bij de meeste instellingen, enkele uitzonderingen daargelaten.

Men weet inmiddels dat gedane meldingen nergens toe leiden, niet tot maatregelen om herhaling te voorkomen. De aansporingen vanuit het management aan verpleegkundigen om vooral zo veel mogelijk incidenten te melden worden daarom met gezonde scepsis ontvangen.

Neem je in ogenschouw dat het doen van een melding 15 tot 30 minuten kost, tijdens een dienst die toch al ontregeld is door het incident, terwijl de gewone werkzaamheden doorgaan waar je vaak sowieso al weinig tijd voor hebt, dan is het begrijpelijk dat er veel te weinig gemeld wordt.

We moeten naar een systeem dat sneller is en tot maatregelen leidt:
Van 'Veilig Incidenten Melden' naar 'Incidenten Melden & Maatregelen Nemen'

Weerlegd: Openbaarheid leidt tot onbetrouwbare vergelijkingen tussen instellingen

Het onderling vergelijken is vooralsnog niet ons eerste doel bij openbaarheid. Het eerste doel is te voorkomen dat geheimhouding van de cijfers een dekmantel wordt om inactiviteit achter te verbergen. Openbaarheid is een voorwaarde om het gesprek over het agressieprobleem aan te gaan, ongeacht enige vergelijking met andere instellingen.

Publicatie in het jaarverslag geeft aan de buitenwereld het signaal dat niet alleen het personeel (on)veilig is maar ook de patiënten, dit hangt immers direct samen.

Het vergelijken van instellingen onderling kan in een later stadium zodra de sector besluit om overal hetzelfde systeem te hanteren en het personeel op dezelfde wijze te instrueren en te stimuleren tot gebruik. (zie ook Van 'Veilig Incidenten Melden' naar 'Incidenten Melden & Maatregelen Nemen') Instellingen met lage cijfers mogen daar terecht trots op zijn en geven daarmee aan de slecht presterende een prikkel tot verbetering.

Instellingen die beweren dat zij hogere agressiecijfers hebben dan andere omdat zij nu eenmaal een zwaardere populatie hebben die meer agressie veroorzaakt, hebben slechts twee opties: Óf ze nemen die populatie niet, óf ze zorgen er voor dat ze die populatie op een veilige manier kunnen verplegen. Zo simpel is het. Ook de meest onveilige patiënten kunnen veilig verpleegd worden mits de juiste fysieke omgeving, expertise, voldoende personeel en trainingen aanwezig zijn.

Geen enkele GGZ-instelling mag vrijwaring claimen van haar wettelijke verplichting om het personeel een veilige werkplek te garanderen. De sector behoort te streven naar algemeen maatschappelijk aanvaardbare agressiecijfers, volgens dezelfde normen die in andere sectoren van de maatschappij worden gehanteerd.

Weerlegd: Agressie hoort bij het werk van GGZ-verpleegkundigen

Dat er bij patiënten agressie voorkomt uit hun ziektebeeld, uit vaak terechte frustratie of om dingen kwaadschiks voor elkaar te krijgen, is helaas de realiteit. Gelukkig gaat het om een kleine groep, maar desalniettemin veroorzaken zij de meeste incidenten.

De uitspraak dat omgaan met agressie bij het werk van de GGZ-verpleegkundige hoort is een excuus om niet alles te hoeven doen dat mogelijk is om agressie tegen te gaan. Het is een dooddoener die vooral gebezigd wordt door degenen die niet zelf de risico's lopen.

Het gaat er om alle agressie zo veel mogelijk te voorkomen, want slachtoffer worden van voorkombare agressie hoort nooit bij het werk, van niemand - het voorkomen van agressie wel.

Er is niets professioneels aan om in elkaar geslagen te worden. Wel professioneel is het vroegtijdig oppikken van subtiele signalen, aanvoelen van en luisteren naar wat patiënten laten blijken (bijv. angst voor een bepaalde patiënt), durven afgaan op je gevoel en intuïtie en dat vervolgens omzetten in adequaat beleid.

Dan moet je echter wel de bevoegdheden hebben om dat te doen en die hebben verpleegkundigen niet. We mogen wel meer trainen in de-escalatietechnieken en zelfverdediging, maar als we zien dat er een acute dreiging is dan kunnen we slechts hopen dat er naar ons geluisterd wordt. Zeggenschap bij (over)plaatsing mag geen gunst zijn bij de gratie van goed overleg, maar is een bevoegdheid waar we recht op hebben. Zo kunnen wij op professionele wijze agressie voorkomen.

Daarnaast dient ook al het andere gedaan te worden dat mogelijk en denkbaar is. Ook zullen bij patiënten de oorzaken weggenomen dienen te worden die leiden tot terechte gevoelens van frustratie. Voor een groot deel ligt dit buiten de competentie en verantwoordelijkheid van verpleegkundigen.

Voor reductie van agressie zullen managers en beleidsmakers creatief moeten worden en vasthoudend blijven, net zo lang tot er zo weinig agressie overblijft dat verpleegkundigen weer kunnen zeggen: "Ach, een beetje agressie hoort bij het werk, daar kunnen we wel mee omgaan."

Weerlegd: Verpleegkundigen veroorzaken zelf de agressie van hun patiënten

Verpleegkundigen maken inschattingsfouten, kunnen een off-day hebben, zijn misschien cynisch geworden of raken soms zelfs in de tegenoverdracht. Dit reflecteert natuurlijk op de patiënten en het komt voor dat een patiënt zich terecht geprovoceerd of niet gerespecteerd voelt en boos wordt. Een welgemeend excuus van de betreffende verpleegkundige zou dan op zijn plaats zijn en de spanning uit de lucht kunnen halen. Helaas zijn niet alle verpleegkundigen daartoe in staat.

Wanneer alle verpleegkundigen de perfecte attitude zouden hebben en foutloos zouden werken dan houden we alleen de agressie over die vanuit de patiënten zelf komt. Patiënten hebben gezien hun gedepriveerde situatie reden genoeg om boos te zijn en de verpleegkundigen zijn vaak de eersten tegen wie dit geuit wordt, deels ook uit machteloosheid.

Denk aan de gedwongen opname, het ondergaan van dwang en drang, beperkende huisregels, niet mogen roken, drinken en gebruiken, medicijnen opgedrongen krijgen terwijl je vindt dat je niet ziek bent, bijwerkingen van medicijnen, zeer weinig geld te besteden hebben en vooral het gebrek aan toekomstperspectief. Daarbij komen nog de ziektegerelateerde bronnen van boosheid zoals achterdocht en gevoelde krenkingen vanuit een persoonlijkheidsstoornis.

Beide partijen, verpleegkundigen en patiënten, houden elkaar in een greep die een spiraal van agressie veroorzaakt: Verpleegkundigen die lange tijd veel beledigingen en agressie ondergaan hebben en zich onvoldoende gesteund en gehoord voelen vanuit het management, worden cynisch en verliezen geduld en respect t.a.v. patiënten die zich op hun beurt weer verzetten tegen de onheuse bejegening, waarmee de cirkel rond is.

Zie ook het bericht GGZ-verpleegkundigen redden het niet met goede bejegening.

Weerlegd: De petitie polariseert tussen werkgevers, verpleegkundigen en patiënten

We proberen een probleem op de kaart te zetten dat al jaren onder de mat wordt geveegd. We willen oplossingen mobiliseren en resultaten afdwingen. Daarbij ontkomen we niet aan soms scherpe bewoordingen en het benoemen van de dingen zoals die in verpleegkundigen-kringen gewoonlijk benoemd worden. We hopen daarmee iets los te maken, de discussie leven in te blazen.

Wanneer we in dit stadium reeds alle mogelijk nuances zouden aanbrengen dan verzanden we direkt al in een ingewikkeld gepolder dat vermoedelijk nergens meer toe leidt en komt het probleem niet helder in beeld.

De petitie omarmt heel duidelijk alle huidige initiatieven om tot gezamenlijke oplossingen te komen van de agressieproblematiek, zoals die bijvoorbeeld zijn neergelegd in het Actieplan ‘Veilig Werken in de Zorg’ en de Arbocatalogus GGZ. Met gezamenlijk wordt bedoeld GGZ-Nederland, V&VN, de vakbonden en de patiëntenorganisaties verenigd in het LPGGz.

We vinden echter dat de plannen lang niet ver genoeg gaan en veel te vrijblijvend zijn.

Wij zijn er van overtuigd dat meer veiligheid voor personeel samengaat met meer veiligheid voor patiënten en dat uiteindelijk ook de werkgevers en de zorgverzekeraars er baat bij zullen hebben.

13 okt. 2012

Van 'Veilig Incidenten Melden' naar 'Incidenten Melden & Maatregelen Nemen'

Als verpleegkundige ben je geneigd te veronderstellen dat zich herhalend gedrag van een patiënt na verloop van tijd genoegzaam bekend is. Je beperkt je daarom tot een rapportage zo nu en dan. Behandelaren klagen vervolgens dat bepaald gedrag niet vaak genoeg werd gerapporteerd en dat ze daarom het incident niet konden zien aankomen.

Waar we naar toe moeten is een systeem van meldingen dat snel is en tot maatregelen leidt.

Dit kan door het meldingensysteem te integreren in het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) en daarbij de genomen maatregel direct te koppelen aan de melding. Dit zal bovendien verdoezeling of verfraaiing van de agressiecijfers onmogelijk maken.

Huidige systemen zoals Melding Incidenten Patiënten (MIP) en Veilig Incidenten Melden (VIM) zullen moeten migreren naar een systeem dat een naam waardig is als 'Incidenten Melden & Maatregelen Nemen' ('M&M'). Door een meer eenvoudige wijze van melden plus de directe koppeling met genomen maatregelen zal er vaker gemeld worden, ook de minder ernstige incidenten.

Bij een geïntegreerd M&M/EPD kan bij een verpleegkundige rapportage eenvoudig gevinkt worden of deze rapportage een incident bevat waar iets mee gebeuren moet. Tevens kan de relevante passage worden gehighlight en een nadere aanduiding worden gekozen van aard en ernst.

In het multidisciplinair ochtendrapport worden de gevinkte rapportages van de vorige dag getoond en bepaald wie, welke vervolgactie zal ondernemen om herhaling te voorkomen. Dit wordt direct bij de betreffende rapportage in het EPD genoteerd en later geëvalueerd.

Het systeem zal een historisch overzicht van gevinkte rapportages per patiënt moeten kunnen tonen, zodat alle teamleden en betrokkenen de reeks van incidenten van de betreffende patiënt en de genomen maatregelen, direct kunnen terugvolgen in de tijd.

Per afdeling produceert het systeem een periodiek resumé, zichtbaar voor alle teamleden en het management.

Op 1 januari genereert de voorzitter van de raad van bestuur met 1 klik een tabel met de totaalaantallen incidenten en genomen maatregelen binnen de instelling, gerubriceerd op aard en ernst, ter publicatie in het jaarverslag. Een transparant en gelukkig nieuwjaar voor iedereen!

26 sep. 2012

Gesprek voorzitter raad van bestuur Dimence

We spraken met Sybren Bangma, voorzitter raad van bestuur Dimence en vice-voorzitter van GGZ Nederland n.a.v. van zijn positieve houding t.o. onze doelstelling om de agressie naar de GGZ-verpleegkundigen te verminderen.

Wat betreft onze eis van zeggenschap voor verpleegkundigen bij (over)plaatsing en terugname refereerde Sybren aan de situatie in de 80-er jaren toen verpleegkundigen grote invloed hadden en opnames konden wijgeren. Dit had destijds het effect dat er een poule aan lastige of onveilige patiënten ontstond die niemand wilde hebben en nergens geplaatst konden worden. Verwijzers zoals huisartsen zaten met de handen in het haar. Sybren benadrukt dat het voor het management heel belangrijk is dat een dergelijke situatie niet weer terugkomt. Hij voelt daarom meer voor mede-zeggenschap en goed overleg.

Wij hebben uitgelegd dat de bevoegdheid tot zeggenschap geen ad hoc weigeringen mag veroorzaken op verkeerde gronden zoals lastigheid, maar dat er een protocol gebruikt wordt dat waarborgt dat alleen de veiligheid in het geding is. We gaan er vanuit dat het om zeer kleine aantallen patiënten gaat, degenen die men in de klinieken wel kent op basis van hun reputatie. Ook geeft zeggenschap veiligheid in die situaties waar het overleg niet goed is en voorkomt het dat er eerst incidenten moeten plaatsvinden voordat ingegrepen wordt.
In het verlengde van onze eis, verwachten we dat de instellingen de verantwoordelijkheid zullen nemen om er voor te zorgen dat er in de eigen instelling (of regio) een speciale voorziening komt waar deze groep veilig kan worden verpleegd en weer perspectief krijgt. Een dergelijke setting zou een tussenvorm kunnen zijn, ergens tussen de KIB en de gewone gesloten afdeling, met meer en speciaal getraind personeel e.d..

Bij Dimence bestaan overigens plannen in die richting, voor een z.g. transferium. Zeggenschap zal volgens ons juist de impuls kunnen geven voor het ontstaan van dergelijke transferia of voor andere oplossingen die de reële veiligheid op de werkvloer verbeteren.

Sybren is het met ons eens dat openbaarheid van de agressiecijfers een positieve uitwerking zal hebben op de creativiteit en de vastberadenheid van het management van de instellingen om de agressiecijfers daadwerkelijk naar beneden te krijgen. Hij stelt daarbij wel als voorwaarde dat er een uniform systeem ontwikkelt dient te worden dat door alle instellingen gebruikt wordt, wil je kunnen vergelijken. Ook zal het systeem inzicht moeten geven in de maatregelen die zijn genomen om herhaling te voorkomen. Daarbij zal er ook analyse mogelijk dienen te zijn die kan leiden tot structurele maatregelen die mogelijk breder zijn dan een betreffende afdeling. In praktische zin zou het systeem tevens gebruikersvriendelijker en minder tijdrovend dienen te zijn dan huidige systemen die in feite een drempel opwerpen om incidenten te melden.

Een dergelijk uniform systeem bestaat nog niet maar wordt wel al aangekondigd in het Actieplan 'Veilig Werken in de Zorg'. Onze conclusie is dat wij vasthouden aan onze eisen t.a.v. de agressiecijfers (de openbaarheid ervan, het noemen van harde streefcijfers -50% reductie in 5 jaar- en dat het niet behalen van de streefcijfers consequenties met hebben). Ook hier gaan we er vanuit dat het inwilligen van deze eisen tot resultaat zal hebben dat GGZ-instellingen hun verantwoordelijkheid zullen nemen en in versneld tempo een dergelijk systeem zullen (laten) ontwikkelen.

23 sep. 2012

Verankering van zeggenschap en openbaarheid

We zijn voor de tweede keer met NU’91 in gesprek gegaan, onder meer om juridische aspecten van onze actie door te spreken. Jacqueline den Engelsman en Marian Stroetenga (jurist) namen deel aan het gesprek. Hoe kunnen we onze eisen rond openbaarheid en zeggenschap -ook juridisch- verankeren?

Een optie is om de CAO op te nemen dat de werkgever verplicht is om maatregelen te nemen wanneer een verpleegkundige aangeeft dat de veiligheid in het geding is. Het is niet eenvoudig om echt zeggenschap rond (over)plaatsing op te nemen in de CAO. In de Arbocatalogus GGZ zou dit wel kunnen. De documenten (of tools) in de Arbocatalogus GGZ zijn bedoeld om de regels binnen CAO en de Arbowet te helpen bereiken. Meer een uitvoeringsdocument dus. De Arbocatalogus GGZ is echter niet dwingend, een werkgever kan hier wel of geen gebruik van maken. Mogelijk zal er voor zeggenschap een aanvulling moeten komen in de Arbowet.

Jacqueline en Marjan benadrukten dat we -wanneer we een motie indienen om openbaarheid van agressiecijfers af te dwingen- dit niet alleen moet gaan over cijfers maar vooral ook over de maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van een incident. Hiermee zijn wij het als actiegroep helemaal eens. Wanneer dit openbaar is kan ook de inspectie veel beter beoordelen wat er met de incidenten is gedaan. Natuurlijk om een volgend incident te voorkomen.

We hebben nog gesproken over volgende stappen in de strijd tegen agressie in de GGZ. We willen een breed draagvlak creëren, zowel politiek als maatschappelijk. Resulterend in het aanbieden van de petitie aan de minister en het indienen van een motie om zowel openbaarheid als zeggenschap te verankeren.

De officiële website: Arbocatalogus ggz
Onze fake arbopagina: Zeggenschap

21 sep. 2012

Gesprek met GGZ-Nederland

Op 20 september zijn we in gesprek gegaan met dhr Harmsen en mw de Ponti van de brancheorganisatie van werkgevers, GGZ-Nederland. De insteek was om patiëntveiligheid te koppelen aan het initiatief van 'Handen af van GGZ-verpleegkundigen'. Het zijn tenslotte vaak de patiënten die samen met verpleegkundigen de meeste last hebben van onveiligheid op een afdeling. Als de verpleegkundige het niet veilig kan houden voor zichzelf, zijn (mede)patiënten als eerste de dupe.

Dit onderwerp is maar zijdelings aan bod geweest. GGZ-Nederland heeft op zich dezelfde doelstelling als onze actiegroep (een veilige GGZ) maar is het niet eens met de eisen die onze actiegroep heeft rond openbaarheid van incidenten. Ook rond de zeggenschap van verpleegkundigen m.b.t. plaatsing van patiënten zijn de meningen verdeeld.

We konden elkaar wel vinden in de visie dat het niet alleen gaat om het tellen van incidenten maar vooral ook om wat er met de meldingen gedaan is opdat herhaling wordt voorkomen. Wij vinden dat dit ook openbaar gemaakt moet worden, niet alleen de cijfers maar juist ook de interventies zijn belangrijk. Dat moet ook inzichtelijk gemaakt worden, niet alleen binnen de instelling maar juist ook naar buiten. Om ervan te leren en als stimulans om er scherp op te blijven.

Rond het thema zeggenschap waren we het inhoudelijk wel eens. In een goed functionerend team heeft de verpleegkundige een doorslaggevende stem en zal de teamleider en de behandelaar de verpleegkundige serieus nemen als het de veiligheid betreft. Ook als hierdoor een patiënt moet worden overgeplaatst.

Wij als actiegroep willen echter dat ook verpleegkundigen die in een team zitten dat minder goed functioneert de zeggenschap krijgt om acties te eisen als de veiligheid in het geding is. Dat hoeft niet per definitie overplaatsing te zijn. Mooier is, wanneer het binnen de setting veilig opgelost kan worden. Maar als dit niet lukt willen wij dat degene die verantwoordelijk is voor de veiligheid ook de bevoegdheid heeft om daarover te beslissen. En dat is de verpleegkundige.
Hierover zijn we het met GGZ-Nederland niet eens geworden.

14 sep. 2012

Gesprek met Inspectie SZW

We spraken met de landelijk projectleider zorg en welzijn, Anita Hertogh. De inspectie herkent en erkent het probleem rond agressie in de GGZ. Ze vertelt dat in een eerder stadium van het actieplan 'Veilig Werken in de Zorg' de GGZ niet was meegegaan in het zero tolerance beleid vanwege de aard van de problematiek waarmee patiënten in de GGZ te kampen hebben. Het accepteren van agressie staat echter op gespannen voet met het recht van elke werknemer op een veilige werkplek. Het midden moet hierin gezocht worden. Wat aan te pakken is moet aangepakt worden en dit gebeurt volgens ons onvoldoende.

Anita heeft uitgelegd dat er nog geen betrouwbaar systeem is om agressie-incidenten te monitoren per afdeling. We denken dat het kan als de werkgever zou willen. Bijv. jaarlijks bij het invullen van een werktevredenheidsonderzoek een vragenlijst opnemen over agressie-incidenten die verpleegkundigen meemaakten afgelopen jaar. Als het landelijk kan dan kan het ook per afdeling. Er zijn vragenlijsten voor handen. Zij vertelde ook dat een bestuurslid van een GGZ-instelling gevraagd had om incidenten een week lang te turven per afdeling. Deze bestuurder was erg geschrokken van de hoeveelheid incidenten die werd gerapporteerd.

Waar een wil is is een weg, dat moeten we concluderen. De wil moet er allereerst zijn bij bestuurders. Zij kunnen beslissen dat ze het echt willen weten en een jaarlijks onderzoek eisen per afdeling. Die cijfers kunnen dan in het jaarverslag en zijn daarmee openbaar.

Overigens ontvangt de Inspectie alleen meldingen van incidenten als deze ziekenhuisopname of langdurend ziekteverzuim tot gevolg hebben. Komt een verpleegkundige op de eerste hulp en gaat daarna weer naar huis, of blijft deze enkele weken ziek, dan zal de inspectie daarvan nooit weten.
De cijfers voor de GGZ zijn hetzelfde als voor de bouw. Aangezien de verpleging binnen de GGZ de meeste klappen opvangt, is GGZ-verpleegkundige een gevaarlijker beroep dan bouwvakker!

We hebben ook nog gesproken over onze belangrijkste interventie: de bevoegdheid van verpleegkundigen ten aanzien van de (over)plaatsing van onveilige patiënten. Ook dit zal pas ingevoerd kunnen worden wanneer bestuurders/werkgevers zich erachter scharen en het echt willen aanpakken.
Of dan zal blijken dat er voldoende geschikte plekken zijn om onveilige patiënten veilig te behandelen zal dan blijken. De minister denkt vooralsnog van wel.

De inspectie heeft op basis van de cijfers het sterke vermoeden dat onveiligheid voor het personeel samengaat met onveiligheid voor de patiënten.

We hebben ook nog gesproken over de mogelijkheid om werkgevers aansprakelijk te stellen voor geleden schade. Dit is een civielrechtelijke procedure en kan in gang worden gezet. We weten niet of dit in de GGZ ooit is gebeurd. Het zou wel een stimulans kunnen zijn voor werkgevers om de agressie voortvarend en creatief aan te pakken. Het blijft bijzonder vreemd dat iedereen klaarblijkelijk recht heeft op een veilige werkplek behalve verpleegkundigen binnen de GGZ.

13 sep. 2012

Er zijn alleen maar slachtoffers in dit verhaal

Ik werk in een grote psychiatrische instelling in het zuiden van het land. Het is vandaag precies zeven weken geleden dat onze arts-assistent Martijn, achterna gezeten werd door Frederik, één van onze patiënten. Frederik had een mes in zijn hand en had eerder slachtoffers gemaakt. Die incidenten waren ernstig geweest. Het had echt heel anders kunnen aflopen, dat realiseerden we ons maar al te goed.

We waren geschrokken maar ook boos. De spanning liep al langer op bij deze patiënt en we hadden op meer medicatie aangedrongen. We hadden ook gezegd dat het om de veiligheid ging en dat we die binnen deze setting niet meer konden waarborgen. De patiënt had grenzen nodig, en pillen. Nu was er dan echt iets ernstigs gebeurd en we hadden het allemaal zien aankomen. Na het incident werd hij eindelijk overgeplaatst.

Martijn heeft zich na het incident ziek gemeld. Na een week of zo kwam hij terug. We wilden er graag over praten met hem, maar het lag allemaal heel gevoelig. We wisten dat hij aangifte had gedaan en het ook had besproken met de leidinggevende maar wij bleven als verpleegkundig team ook met frustraties zitten. Het was niet voor het eerst dat zoiets gebeurde en het zou ook niet voor het laatst zijn want er werd geen lering uit getrokken. We hadden alweer een patiënt op de afdeling waarbij de spanning opliep: Dennis.

Dennis heeft last van zowel psychosen als manische perioden. Dit -in combinatie met weinig ziekte-inzicht- is bij hem een explosief mengsel. Ook hij is bekend met eerder agressieve uitbarstingen en het scenario voltrok zich eigenlijk opnieuw. Het ongelukkige toeval was dat de Martijn onder supervisie van de afdelingspsychiater zijn behandelaar was. Op de afdeling merkten we het eerst dat het niet goed ging met Dennis. Geagiteerd, onrustig gedrag, dreigende uitlatingen als “Jullie halen het bloed onder mijn nagels vandaan”. Ik heb er zelf bij herhaling op aangedrongen bij de psychiater om de medicatie op te hogen.

De afdelingspsychiater is echter geneigd om met de wensen van de patiënten mee te gaan en deze patiënt wilde helemaal geen extra pillen, hij vond zichzelf niet ziek. Toen ik de psychiater er voor de derde keer op aansprak deed ik het verzoek om dan in elk geval extra ’zo nodig medicatie’ voor te schrijven, dan hadden we wat achter de hand. Hij leek ermee akkoord te gaan maar toen ik later in de medicatiemap keek was er niets uitgeschreven. Ik heb de teamleider er ook op aangesproken maar deze verwees me naar de psychiater. Zo bleef alles zoals het was.

Elke dienst kon je iets verwachten. We liepen op eieren, soms ging het redelijk goed, soms was het op het randje en liep hij te ijsberen. Iedereen had er last van. Niet alleen de verpleegkundigen maar ook de medepatiënten. Regelmatig kwam er iemand naar ons toe die bang was, patiënten hielden zich soms schuil op hun kamer maar het kwam ook voor dat hij zomaar kamers van anderen inliep en hij liet zich hier niet op aanspreken.

Vandaag ging het uiteindelijk mis. Ik was er niet bij maar hoorde het in mijn late dienst. Mijn collega van de dagdienst zat met hem in gesprek en hij gaf haar uit het niets voluit een klap, recht in haar gezicht, ze had een bloedneus en losse tanden. Op zich was het letsel niet het allerergst. Wat voor haar het ergst was, dat ze op dat moment voelde dat hij door zou gaan met slaan, dat haar leven in gevaar was. Ze is gaan schreeuwen en ze had het geluk dat er andere patiënten bij waren die het allemaal op een schreeuwen zetten. Op dit kabaal waren andere verpleegkundigen aan komen rennen en hadden haar ontzet. Ze had geen tijd om de alarmknop ingedrukt te houden. Ze was totaal overstuur.

Eén van de verpleegkundigen deze dienst was de eerstverantwoordelijk verpleegkundige van Dennis. Ook zij trok het niet meer na het incident. Het bleek dat ze bij herhaling op preventieve maatregelen had aangedrongen, bij Martijn nota bene, en zich nooit gehoord had gevoeld. Nu het dan zover was dat er daadwerkelijk weer een slachtoffer was gevallen ontkende Martijn dat er ooit op maatregelen was aangedrongen. Dit deed voor de eerstverantwoordelijke de deur dicht. Ze voelde zich zo in de steek gelaten dat ze zwaar geëmotioneerd, ziek naar huis is gegaan.

Dennis is vandaag acuut overgeplaatst. Nu kon dat blijkbaar wel. De patiënt van het mes -Frederik- zit overigens inmiddels in de gevangenis. Deze patiënten zijn dader geworden maar evengoed slachtoffer. Ze zijn ziek, heel ziek. En de agressie is deel van hun ziektebeeld maar dit had niet hoeven gebeuren. Beiden zijn door de situatie verder gestigmatiseerd. Het feit dat ze dader werden had voorkomen kunnen worden. Er zijn alleen maar slachtoffers in dit verhaal.

10 sep. 2012

Uit verhalen van verschillende verpleegkundigen II

• De hals van mijn collega is zelfs doorgesneden. Hij heeft het overleefd maar ik zal nooit de situatie vergeten. Mijn heftig bloedende collega en patiënten er omheen in totale verbijstering.

• In het intakegesprek kwam naar voren dat we de patiënt niet op zouden nemen op deze afdeling. Hij stond op, liep de afdeling op en zette een mes op de keel van een patiënte ‘je neemt me op, anders gebeuren er dingen die jullie zeker niet willen’ zij hij toen.

• Haar veiligheid op de afdeling kan helaas niet altijd gewaarborgd zijn. Ze krijgt te maken met een agressie-incident en wordt geslagen door een medepatiënt. Ook wordt een medecliënt verliefd op haar en stalkt haar. Mw. laat niet blijken dat ze onder de indruk is van deze incidenten. Maar haar is wel duidelijk dat de prikkels op de afdeling haar niet altijd goed doen. Het is voor haar moeilijk om de rust op te zoeken, er is immers altijd wel wat te beleven op de afdeling.

• We wisten dat deze patiënt gevaarlijk was, hij was allang bij ons opgenomen. Om hem toch te mobiliseren mocht hij naar tuintherapie. De afspraak was, dat hij een kwartier na vertrek zou bellen dat hij was aangekomen. Hij zag kans om in dat kwartier bij een ander paviljoen een ruit in te slaan, een patiënte te misbruiken en vrijwel zonder vertraging vanaf de tuin te bellen.

• Het betrof een ex-patiënt die boos was. Hij kwam verhaal halen, sloeg een ruit in en mishandelde een collega. Deze heeft de politie gebeld en aangifte gedaan. ’s Avonds liep hij weer rond. Ze konden hem niet vasthouden want er was psychiatrie in het spel.

9 sep. 2012

Voorbij de stilte

Brekend glas, bloed, de geur van angstzweet, blikken van woede en wanhoop.
Maar ook de stilte, het “niet zeuren want het hoort bij je vak”.
Soms schrik ik er wakker van.

Het is al zolang geleden dat het mis ging. Op de afdeling waar ik werkte reageerden we op een golf van lawaai. We renden de badkamer in ik gleed echter uit door het water. Een pijnlijke steek in mijn been maakte mij weerloos. Ik keek recht in de ogen van een woedende patiënt die met een van de muur getrokken wasbak boven mijn hoofd stond. Ik sloot mijn ogen en wachtte op de klap. De klap bleef uit. Dagen later vroeg ik de patiënt wat hem weerhouden had te gooien. Zijn antwoord was simpel. Ik wil dood, jij toch niet?

Jaren later ging het te vaak mis. Een patiënt probeerde regelmatig het licht uit mijn ogen te slaan. Slechts gesteund door een enkele collega moest ik niet alleen de strijd keer op keer aangaan met deze patiënt, maar ook met de toenmalige bazen die dat gezeur over een klein beetje agressie maar onzin vonden.

Dat konden ze makkelijk roepen vanuit hun kantoortjes. Zei vingen de klappen niet op, collega’s wel. Ik zag goede verpleegkundigen sneuvelen, jonge leerlingen getraumatiseerd afhaken. Ook ik trok het niet meer. Na het zoveelste incident waarbij ook mijn kinderen bedreigd werden, werd de toegezegde overplaatsing ongedaan gemaakt. Het koste mij bijna mijn baan, maar uiteindelijk werd er actie ondernomen.

Het meest bedreigend vond ik niet de patiënt die vanuit zijn defecte gedrag handelde. Maar wel de slappe, laffe houding van mijn toenmalige bazen. Pas toen de media er aandacht wilde gaan besteden ondernam men actie.

8 sep. 2012

Géén acuut gevaar? Wél acuut gevaar!

Een patiënt werd na weken van bedreigingen, eindelijk met behulp van politie gesepareerd. Vooral de laatste dagen waren er veel incidenten, vooral naar jonge vrouwelijke collega’s. Eentje heeft hij geprobeerd in het donker op de parkeerplaats uit haar rijdende auto te trekken, hij had zich schuil gehouden achter een boom.

De separatie gebeurde op zaterdag, halverwege van de avond. We waren er bijna de hele dienst mee bezig geweest, nauwelijks tijd gehad voor de rest van de patiënten. Nadat hij gesepareerd was, was iedereen opgelucht. Nu hoeven we niet meer steeds op onze hoede te zijn en achter elke boom te kijken. Eindelijk een paar dagen rust, dachten we.

De volgende morgen wordt hij in de separeer beoordeeld door de crisisdienst en deze zegt: “Op dit moment gaat er geen gevaar uit van de patiënt”. Dus mocht de patiënt meteen weer naar buiten en binnen een uur heeft hij weer twee jonge vrouwelijke collega’s flink bedreigd. We zijn er opnieuw bijna de hele dienst mee bezig geweest en weer moest de politie er aan te pas komen. Waarom is het voor artsen zo moeilijk om te luisteren naar verpleegkundigen?

Patiëntveiligheid is afhankelijk van personeelsveiligheid

Patiëntveiligheid is een hot item, ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Beleidsmakers in Den Haag heeft hiervan een speerpunt gemaakt. Zolang de verpleegkundige echter geen zeggenschap heeft en de cijfers van incidenten worden verzwegen is de patiënt in de GGZ volgevrij.

Van de psychiatrische patiënten is 90% nooit agressief geweest. Wel hebben zij zes maal zoveel kans om slachtoffer te worden van een agressie-incident. Eenmaal opgenomen in een kliniek is de behoefte aan een veilige omgeving dus groot. Binnen de instelling blijkt het verpleegkundig personeel niet altijd in staat de patiënten te beschermen tegen agressie. De dreiging is veelal slechts afkomstig van een enkele medepatiënt.

Verpleegkundigen zijn binnen de GGZ verantwoordelijk voor de veiligheid van patiënten. Zij moeten zorgen voor een milieu waarin de patiënt kan herstellen. Veiligheid is hiervoor een eerste vereiste, als deze wordt bedreigd komen patiënten naar hen toe. Een patiënt vertelt bijvoorbeeld bang te zijn voor een medepatiënt. Ook het binnendringen van de kamer of diefstal van spullen komt regelmatig voor. De sfeer op de afdeling wordt dan gespannen, patiënten worden hyperalert en gaan de ‘dader’ in de gaten houden.

De verpleegkundige is wel verantwoordelijk maar heeft op belangrijke punten geen beslissingsbevoegdheid om in te grijpen. De behandelaar (psychiater of psycholoog) bepaalt waar de patiënt wordt verpleegd, ook de patiënt die een gevaar vormt voor zijn/haar omgeving. Deze behandelaar luistert soms wel, soms niet naar verpleegkundigen en neemt het belang van medepatiënten soms wel maar meestel niet mee in de overwegingen tot (over)plaatsing. Verpleegkundigen en patiënten zijn dus afhankelijk van de willekeur van de behandelaar die zelf niet aanwezig is in het dagelijks milieu.

We willen de bevoegdheid om te beslissen dat een patiënt moet worden overgeplaatst naar een veiliger setting wanneer de veiligheid in het geding is. Elke patiënt kan veilig verpleegd worden, als de setting hierop is afgestemd. De actiegroep stelt dat niet alleen verpleegkundigen en medepatiënten gebaat zijn bij een tijdige herplaatsing, maar ook de veroorzaker zelf. Het is voor niemand goed om dader te worden, zeker niet als dit voortkomt uit een ziektebeeld.

De verpleegkundigen eisen niet alleen beslissingsbevoegdheid rond overplaatsing maar eisen ook openbaarheid van het aantal agressie-incidenten per instelling zodat heldere streefnormen kunnen worden gesteld en de instelling hierop kan worden afgerekend. Het is bekend dat 70% van de psychiatrisch verpleegkundige jaarlijks slachtoffer wordt van verbale agressie en 40% van fysieke agressie. Deze cijfers zijn niet uitgesplitst naar instelling. Wanneer de verpleegkundigen zelf niet veilig zijn kunnen zij de veiligheid van patiënten niet waarborgen.

Is aansprakelijk stellen van de werkgever niet beter dan aangifte doen tegen patiënt?

Afgelopen week is een winkelier aansprakelijk gesteld voor de schade die zijn werkneemster opliep bij een agressieve overval. De winkelier moet immers voor een veilige werkplek zorgen stelde de rechter - AD.

Binnen de GGZ werd 40% van de werknemers in 2011 geconfronteerd met fysieke agressie. De aanpak blijft steken in mooie woorden en wat extra trainingen voor het personeel. Werkgevers lijken het niet zo belangrijk te vinden.

Verpleegkundigen voeren actie om de agressie terug te dringen. Ze willen dat de cijfers per instelling openbaar worden en dat ze zelf de bevoegdheid krijgen om te beslissen over plaatsing van een patiënt als de veiligheid in het geding is.

Werknemers kunnen echter ook –net als genoemde werkneemster– de werkgever aansprakelijk stellen. In genoemde zaak betreft de schade tienduizenden euro’s. Mogelijk helpt deze aansprakelijkheid de werkgevers om serieus werk te gaan maken van de veiligheid in de sector.

Aangifte doen tegen de patiënt dient vooral de dossiervorming zodat de patiënt na meerdere aangiftes ooit overgeplaatst kan worden naar het forensische circuit. Het heeft beperkt therapeutisch effect op het gedrag van de patiënt in het hier en nu en geeft geen enkele prikkel aan de werkgever. Zie berichtje in Trouw.

7 sep. 2012

Gesprek met V&VN

We hebben gesproken met directeur Helma Zijlstra en beleidsadviseur Desiree Bierlaagh over zeggenschap en de steun die we bij V&VN zoeken.

De V&VN heeft na het gesprek een email uitgestuurd aan de besturen van de GGZ-afdelingen met de vraag of zij het initiatief 'Handen Af van de GGZ-verpleegkundigen' willen oppakken en willen voorleggen aan hun leden.

Ook zal aan de besturen de vraag worden voorgelegd om kritisch te kijken naar onze blauwdruk van zeggenschap bij (over)plaatsing. We hopen dat de afdelingen in principe achter een dergelijk protocol staan en dit willen toetsen vanuit de beroepsinhoudelijke kant. Als dat het geval is, zijn we weer een stap verder. Zie de blauwdruk.

Verwurgd

Ik werk op de eerste verdieping. Ik liep een keer door de hal beneden en hoorde uit het trappenhuis vanaf de eerste verdieping een van mijn patiënten schreeuwen. Toevallig liep Karla ook in de hal en ze zei tegen me dat ze iedere keer als ze hem hoort schreeuwen bang wordt en het kantoortje wil invluchten. Ik zei: “Maar je werkt toch beneden?”. Ze zei dat ze een keer door die patiënt verwurgd is. Hij liep toen ook zo te schreeuwen en ze had vriendelijk aan hem gevraagd wat er aan de hand was en of ze iets voor hem kon doen.

Ik had het verhaal eerder gehoord, dat een collega hier bijna dood was gegaan door verwurging en net op tijd door haar collega’s ontzet kon geworden. Het was een jaar voordat ik hier kwam werken gebeurd. Ik wist alleen niet dat het Karla was. Ik vind het heel erg voor haar dat ze elke keer angstig wordt en herbelevingen krijgt als ze hem hoort. Ik ken deze patiënt en weet dat hij om de dag wel een keer schreeuwt. Ik vind het eigenlijk schandalig dat Karla dit telkens moet ondergaan.

6 sep. 2012

Uit verhalen van verschillende verpleegkundigen I

• Deze patiënt was net opgenomen en direct was er een beklemde sfeer op de afdeling. Twee patiënten zijn die avond nog ongepland naar huis gegaan. Ze durfden gewoon niet meer op de afdeling te blijven.

• Ik heb het maar één keer meegemaakt dat iemand echt verkracht is op de afdeling. Lastigvallen gebeurt veel vaker en je weet natuurlijk niet wat je niet hoort.

• Een patiënt had ooit een relatie met een mede-patiënte. Nadat ze het uitgemaakt had bleef hij nog een half jaar achter haar aanlopen voor seks en moest ze hem bijna dagelijks letterlijk van zich af schreeuwen. Gelukkig was ze dan heel woest en onbenaderbaar en kon ze zichzelf daarmee redden. Soms moesten wij hem, afgaande op haar geschreeuw, uit haar kamer te plukken.

• Een patiënt van ons blijft nu al een jaar om beurten zeggen dat hij onze collega Bianca van de andere afdeling zo leuk vindt, en een dag daarna dat hij een mes wil kopen om haar te doden. Vervolgens heeft hij weer berouw van zijn woorden en zegt hij dat hij zoiets nooit zal doen en dat hij zijn stemmen nooit zal gehoorzamen. Maar twee weken later herhaalt het zich weer. Ik word daar soms behoorlijk nerveus van, want je houdt er toch rekening mee dat hij wel een keer dat mes koopt.

• Het was op een afdeling met dementerende ouderen. Die ene Korsakow-patiënt zorgde voor zoveel dreiging en onrust dat de meesten stilletjes in een hoekje bleven zitten. Sommigen werden juist erg onrustig of schreeuwerig. Iedereen was bang.

5 sep. 2012

Resultaten kamervragen aan de Minister van VWS

Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) heeft n.a.v. de petitie 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' kamervragen gesteld aan mw. Schippers, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Lees de antwoorden op de kamervragen van de minster en de antwoorden op de aanvullende kamervragen.

De antwoorden van de minster zijn begripvol en de minister helpt ons het doel van zeggenschap bij (over)plaatsing te bereiken:
- De minister vindt dat zeggenschap op de agenda gezet moet worden bij het overleg tussen de sociale partners in de GGZ.
- De minister zal nu ook de beroepsorganisatie V&VN hierbij betrekken.

De minister stelt echter teleur als het gaat om:
- Verplichte deelname aan het Actieplan 'Veilig Werken in de Zorg'
- Openbaarheid van de agressiecijfers
- Het afrekenen op resultaten en het inzetten van de Inspectie.

Het Actieplan ‘Veilig werken in de zorg’ hoeft volgens de minster niet verplicht te worden. Ze laat het erbij door te zeggen dat opsporing en vervolging van daders reeds een verplicht onderdeel is. Dit onderdeel is voor de GGZ echter het minst relevant.

Wel relevant zijn het toepassen van de interventies uit Arbocatalogus GGZ, het gebruik van vergelijkbare agressiecijfers en het geven van trainingen - deze onderdelen hoeven dus volgens de minister niet verplicht te worden, ze worden slechts geadviseerd.

Net als de Inspectie SZW (de voormalige Arbeidsinspectie) stelt de minister dat het veiligheidsbeleid in de GGZ "redelijk tot goed" is. Dit ondanks het feit dat de agressiecijfers voor de GGZ veel hoger zijn dan voor de meeste andere sectoren in de zorg. We zien nergens een aanzet om de daling van de agressiecijfers af te dwingen, hetzij via openbaarheid van de cijfers, hetzij via extra focus van de Inspectie op dit punt.

Met de Inspectie lijkt de minister zich meer te richten op de psychosociale arbeidsbelasting en minder op de fysieke agressie. De minister herhaalt het bekende gezegde dat geweld niet te voorkomen is en dat we maar moeten leren er mee om te gaan d.m.v. meer trainingen.

Voor ons ligt de prioriteit bij de zeggenschap. Zeggenschap is het effectiefste middel om incidenten te voorkomen en de cijfers naar beneden te brengen. Trainingen zijn belangrijk voor alle verpleegkundigen en studenten, maar extra training is vooral daar nodig waar onveilige patiënten zijn. Met zeggenschap zullen deze patiënten minder vaak voorkomen op de gewone afdelingen. Extra trainingen kunnen in dat geval het beste gekoppeld worden aan intensieve opnamesettings.

Zie ook onze reactie in de Psy

4 sep. 2012

Uit het niets, een salvo van vuistslagen

Ik noem mezelf maar even Roderik. Ik zat een keer te lezen in het kantoortje, met mijn rug naar de open deur. Plotseling kreeg ik een salvo van vuistslagen tegen de zijkant van mijn hoofd, om beurten links en rechts. Pas na enige tijd drong het tot me door dat ik voorover moest buigen. Ik keek achterom en zag iemand weglopen. Ik kreeg een waas voor mijn ogen en vloog achter hem aan en gaf hem een vuistslag terug, tegen zijn arm die afketste op zijn kin. Daarna kalmeerde ik en liep ik terug naar het kantoor.

Ik moest op het matje komen en werd op non-actief gesteld en later overgeplaatst naar een andere locatie. Ik voelde me enorm schuldig dat ik een patiënt had geslagen. Mijn ondersteuner van de vakbond zei me dat wanneer je zoiets doet, het ‘zelfverdediging in exces’ wordt genoemd. Met andere woorden, dan heeft het te maken met de adrenalinestoot die je op dat moment krijgt.

Later hoorde ik dat de patiënt was overgeplaatst naar een zwaardere setting. Een van mijn collega’s is eens gaan terugzoeken in de rapportages en telde negen incidenten door deze patiënt in de afgelopen 11 maanden. Zes op dezelfde manier als bij mij, zowel tegen verpleegkundigen als tegen medepatiënten. Bij 1 incident heeft hij met een mes gezwaaid en bij 2 incidenten ging het om het betasten van vrouwen. Wie weet wat hij op straat allemaal gedaan heeft.

Pas op mijn nieuwe werkplek vond ik een email van de psychiater van mijn oude afdeling waarin duidelijk stond dat ik overgeplaatst was omdat “de verhouding tussen Roderik en zijn leidinggevende toch niet meer goed was”. Ze had een reden gevonden om me te lozen.

Een paar weken later hoorde ik van een oudcollega dat op mijn oude afdeling een leerling verpleegkundige flink in elkaar was geschopt en geslagen voor een patiënt. Toen ze tegen de collega’s vertelde wat er gebeurd was zei ze: “Ik durfde me niet te verweren omdat ik er steeds aan moest denken wat er met Roderik was gebeurd.”

Wat me heel goed heeft gedaan is dat een van de patiënten op mijn oude afdeling van plan was een actie te starten “om Roderik terug te krijgen”. Hij is toevallig twee jaar later overgeplaatst naar de afdeling waar ik nu werk en we hebben een speciale band met elkaar.

Resultaten gesprek met Veilige Publieke Taak

Het gesprek met expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT) heeft geen concrete resultaten opgeleverd. VPT zegt vanuit hun positie geen stelling te kunnen nemen t.a.v. onze petitie. Dit was te verwachten aangezien VPT opereert binnen de vrijwilligheid en vrijblijvendheid van de GGZ-instellingen om de agressie aan te pakken. Wij vinden juist dat de vrijwilligheid als uitgangspunt onvoldoende is. Jammer dat VPT niet van plan lijkt extra te focussen op de GGZ-instellingen.

2 sep. 2012

De agenda voor september

Na de start op 6 augustus hebben we in 3 weken tijd alle media gehaald en veel steun van politieke partijen en vakbonden gekregen. Ook zijn veel contacten gelegd. Daarom gaan de initiatiefnemers van 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' in de maand september in gesprek met diverse organisaties met als doel om nu al veranderingen in gang te zetten en dingen voor elkaar te krijgen, dus al voor we de petitie inleveren bij de Minster!

LPGGz
Met LPGGZ is contact gelegd en we willen met hen in gesprek komen over de gemeenschappelijke belangen van verpleegkundigen en patiënten in de GGZ als het gaat om veiligheid. We willen onderzoeken hoe we samen kunnen werken vanuit de gedachte 'een veilige GGZ voor iedereen'. De beweging die de petitie 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen' in gang heeft gezet zou in een latere fase verder kunnen gaan onder de noemer 'Veilige GGZ'. Belangrijke vraag is vooralsnog: Hoe kunnen we het agressieprobleem bespreekbaar maken zonder dat het leidt tot stigmatisering van de patiënten? We zijn heel benieuwd.

NU91
We gaan met een jurist van NU91 praten over mogelijkheden tot verankering van zeggenschap van verpleegkundigen bij (over)plaatsing en de verankering van de openbaarheid en transparantie van de agressiecijfers. Er zijn diverse plekken denkbaar, maar welke is geschikt? En hoe krijg je het voor elkaar? CAO, beroepsprofiel, statuten GGZ-instellingen, Arbocatalogus GGZ of Arbowet? We vragen het aan de specialist.

Veilige Publieke Taak
GGZ-verpleegkundigen verrichten net als b.v. ambulancebroeders en trambestuurders een publieke taak. Toch lijkt onze beroepsgroep te worden vergeten. Is dit omdat we onzichtbaar achter muren werken? We gaan het voorleggen aan Veilige Publieke Taak (VPT) en vragen wat er nodig is om ook gezien te worden als een beroepsgroep onder druk van agressie en vooral wat VPT aan onze veiligheid zou kunnen doen.

V&VN
We gaan een open gesprek aan over hoe de V&VN ons kan steunen. Onderwerpen die wij zullen inbrengen zijn de invulling van zeggenschap bij (over)plaatsing als werkwijze of protocol en de verankering van zeggenschap in het beroepsprofiel of de Arbocatalogus GGZ. Ook willen we weten of en hoe de V&VN-afdelingen/platforms een rol kunnen spelen bij de ondersteuning van onze petitie en het behalen van onze doelstellingen.
De afdelingen/platforms zijn: Adviesradennetwerk GGZ, Consultatieve Psychiatrie, GGZ Verpleegkunde, Justitieel Verpleegkundigen en Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen.

GGZ Nederland
In de voorbereidingsfase van de petitie hebben we met de specialist voor de personeelsveiligheid van GGZ Nederland gesproken. We gaan nog een keer terug om te praten met de specialist voor patiëntveiligheid. Deze twee aspecten hangen immers samen en kunnen misschien het beste tegelijk worden aangepakt.

Dimence
We gaan praten met de voorzitter van de raad van bestuur (tevens vice-voorzitter van GGZ-Nederland) over zijn ervaringen met zeggenschap voor verpleegkundigen bij (over)plaatsing. We zijn heel benieuwd welke vorm de zeggenschap toen had en of dat lijkt op de werkwijze zoals wij die nu voorstellen in onze fake-arbocatalogus. We willen graag zijn ideeën horen over hoe de verantwoordelijkheid van verpleegkundigen voor de veiligheid handen en voeten kan krijgen. En vooral hoe je de signalen van een acute en reële dreiging vanuit verpleegkundigen en patiënten, snel kunt omzetten in adequaat plaatsingsbeleid.

Inspectie SZW
De Arbeidsinspectie heet tegenwoordig 'Inspectie SZW'. Wij willen graag van de Inspectie horen wat men vindt van openbaarheid en transparantie van de agressiecijfers. In het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' worden alarmerende cijfers genoemd voor de GGZ als sector. Terwijl de Inspectie de indruk geeft dat de GGZ-instellingen het juist heel goed doen op het gebied van personeelsveiligheid. Hoe is dat te rijmen? Zou het voor het werk van de Inspectie niet beter zijn dat de cijfers van de sector worden uitgesplitst naar cijfers per instelling? En deze nog verder uitgesplitst naar cijfers per afdeling?

28 aug. 2012

De grenzen aan de verdunning van de agressie zijn bereikt

De GGZ kent twee manieren van omgaan met risicovolle patiënten: concentreren of verdunnen.

Concentreren gebeurt in klinieken die op agressie ingesteld zijn, Klinieken voor Intensieve Behandeling (KIB) zoals Inforsa en Palier. Deze klinieken worden gekenmerkt door adequate personele bezetting, hoog trainingsnivo van het personeel en focus op veiligheid, structuur en samenwerking met de patiënt. Gebouw en kamers zijn fysiek ingericht op het (leren hanteren van) ontwrichtend en destructief gedrag. De bejegening is respectvol, helder, eenduidig en overzichtelijk waarbij de patiënt voortdurend wordt uitgenodigd voor het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag.

Verdunnen betekent de agressie oplossen in de populatie van gewone patiënten in gewone klinieken. Kleine aantallen risicovolle patiënten worden geplaatst tussen grote aantallen gewone patiënten. De gewone klinieken worden gekenmerkt door individuele afspraken met patiënten, meegaande en ondersteunende houding van het personeel, terugdringen van dwang en drang en open deuren. Voorbeeld van verdunning is de z.g. carrouselconstructie waarbij een moeilijke patiënt elke 3 maanden wordt doorgeplaatst binnen dezelfde instelling om het team op adem te laten komen, zonder adequate zorg voor de patiënt.

De huidige balans tussen concentreren en verdunnen levert alarmerende agressiecijfers voor de gewone klinieken, cijfers die de aanleiding vormen voor 'Handen Af van GGZ-verpleegkundigen'. Wij vragen de werkvers van de GGZ om ook de agressiecijfers van de KIB openbaar te maken. De verwachting is dat KIB's significant minder slachtoffers kennen onder het verplegend personeel. Dat zou bewijzen dat onveilige patiënten veilig verpleegbaar zijn mits de juiste setting wordt gehanteerd.

Wij concluderen dat het einde aan de verdunning van agressie is bereikt. De pendule zal terug moeten zwaaien naar meer mogelijkheden tot concentratie. Als belangrijk middel daarbij zien we zeggenschap voor verpleegkundigen bij veiligheidsaangelegenheden, met name bij (over)plaatsing en terugname van risicovolle patiënten.

Werkgevers blijken tot nu toe niet bereid om het agressieprobleem effectief, resultaatgericht en meetbaar aan te pakken. De werkgevers beseffen mogelijk dat het echt oplossen van de agressie grote veranderingen teweeg zal brengen in het landschap van de GGZ. Stel je voor, binnen elke kliniek een paviljoen dat is opgezet en ingericht als een KIB? Wat moet dat kosten? Wie gaat dat betalen?

Wij zien liever dat de werkgevers dit aanhangig maken bij de politiek dan dat men doorgaat met de agressie naar de werkvloer van de gewone klinieken te schuiven en verpleegkundigen (en patiënten) de prijs te laten betalen. Nu de GGZ-werkgevers zelf de hoge agressiecijfers hebben onderschreven in het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' is het duveltje uit het doosje. Ze kunnen niet meer terug en zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen: Een veilige werkplek voor elke verpleegkundige en veilige, adequate zorg voor elke patiënt!

26 aug. 2012

Politieke partijen met hart voor de GGZ help ons!


We hebben als GGZ-verpleegkundigen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onszelf en onze patiënten. Wat we willen is dat we ook de bevoegdheden krijgen die daar bij horen: Zeggenschap bij plaatsing, overplaatsing en terugname. We vinden dat dit verankerd moet worden in de Arbocatalogus GGZ, de CAO en het Beroepsprofiel.

Maar er moet ook iets veranderen in de wet. De werkgever is namelijk verantwoordelijk voor een veilige werkplek en uiteindelijk ook voor de veiligheid van de patiënten. De Arbowet voorziet op haar beurt in de bevoegdheden die bij de Arbeidsinspectie horen. Blijft een werkgever in gebreke dan kan de Arbeidsinspectie optreden, sanctioneren.

Nu houden GGZ-instelligen wel een telling bij van de agressie-incidenten, maar ontbreekt het aan follow-up, de vertaling van incidenten naar adequate maatregelen. De instellingen formuleren een mooi veiligheidsbeleid maar houden de tellingen van de incidenten geheim waardoor de Arbeidsinspectie er geen weet van heeft.

Zo kan het gebeuren dat de GGZ de sector is met misschien wel de hoogste agressiecijfers naar het personeel (hoger dan bij de politieagenten!) en dat de Arbeidsinspectie toch zegt dat deze sector het juist heel erg goed doet qua personeelsveiligheid - een onbegrijpelijke en onhoudbare situatie!

Wij vragen aan politieke partijen met hart voor GGZ om gezamenlijk een motie in te dienen betreffende de Arbowet, waarin GGZ-instellingen verplicht worden hun agressiecijfers openbaar te maken en waarin zij verplicht worden bij elk incident aan te tonen of ze er iets mee gedaan hebben. De motie dient ertoe de Arbeidsinspectie de middelen te geven om haar taken adequaat uit te voeren: het controleren op de naleving van de Arbowet en het sanctioneren van werkgevers waar deze in gebreke blijven.

Gezien de hoogte van de agressiecijfers kunnen we zonder meer stellen dat zowel de GGZ-instellingen als de Arbeidsinspectie in gebreken blijven. Ondanks alle goede intenties en mooie beleidsformuleringen gaat dit niet vanzelf veranderen, daarvoor is de weerstand te groot en duurt het al veel te lang. Het kan alleen echt aangepakt worden met brede steun van politieke partijen, indien die steun zal leiden tot verankering in de wet.

Zeggenschap in de Arbocatalogus GGZ?

Is het invoeren van zeggenschap echt zo moeilijk? Welnee, met een beetje goede wil is het zo gebeurd. Een regenachtige zondagmiddag is genoeg om een protocol te bedenken en een fake arbopagina in de stijl van de Arbocatalogus GGZ te maken. Like or not?

Verplegen in de GGZ hoort een veilige publieke taak te zijn

De agressie tegen hulpverleners is speerpunt van landelijk beleid. Brandweerlieden, politieagenten en ambulancebroeders krijgen de handen op elkaar. Onder de noemer ‘Veilige publieke taak’ wordt agressie tegen hen voortvarend aangepakt. De hulpverleners in de GGZ worden hierbij vergeten. Binnen de muren van de instelling hebben zij ook een publieke taak maar zodra het gesprek de GGZ betreft wordt het akelig stil.

Het lijkt te complex of te gevoelig of mogelijk is er iets anders aan de hand. Maar in elk geval komen beleidsmakers, arbeidsinspectie en werkgevers niet in beweging. Alsof de verpleegkundige geacht wordt zich zonder mopperen professioneel in elkaar te laten slaan.

Een collega werd mishandeld door een patiënt, verweerde zich in een impuls en werd zelf overgeplaatst. Toen kort hierna zijn collega doelwit werd van een andere patiënt op dezelfde afdeling durfde zij zich helemaal niet meer te verweren. Ze kon op dat moment alleen maar bedenken wat er met haar collega was gebeurd, dat verlamde haar. Met alle gevolgen van dien. Zo komt het voor dat één patiënt de hele afdeling terroriseert en niemand durft in te grijpen.

Werkgevers houden de cijfers van agressie-incidenten binnen hun instelling onder de pet. Ze hebben samen met werknemersbonden het actieplan 'Veilig werken in de Zorg' opgesteld om de agressie terug te dringen. Maar zolang ze de cijfers niet openbaar hoeven maken blijken ze het niet aan te pakken. Hoe kan het dat zij niet in beweging komen, het is toch ook hun belang?

Het is een beetje gissen maar mogelijk speelt mee, dat de behandelaars de dominante professie zijn. Het verlenen van bevoegdheden aan verpleegkundigen met betrekking tot (over)plaatsen stuit op heftige weerstand. De weerstand rond het openbaar maken van de incidenten is mogelijk nog groter, reputatieschade lijkt hierbij de grootste angst. En zo verandert er niets.

Patiëntveiligheid is terecht speerpunt van beleid. Zolang verpleegkundigen geen zeggenschap krijgen over plaatsing en de cijfers per instelling verzwegen worden is de patiënt -net als de verpleegkundige- vogelvrij. Het wordt tijd dat we dit helder en concreet aanpakken.

19 aug. 2012

Zeggenschap van GGZ-verpleegkundigen bij plaatsing, overplaatsing en terugname van onveilige patiënten

De verpleegkundigen zijn de eersten die merken dat een patiënt niet langer veilig verpleegbaar is. In het dagelijks contact zien zij het, horen het en voelen het aan den lijve. Zij krijgen als eersten signalen van medepatiënten die mogelijk slachtoffer zijn, zich bedreigd of onveilig voelen - terwijl een GGZ-instelling juist een veilige haven moet zijn.

In het beroepsprofiel GGZ-verpleegkundige staat dat verpleegkundigen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van patiënten, de werkomgeving en de verblijfsomgeving, dus inclusief familie en andere bezoekers. Over bevoegdheden die daarbij horen wordt niet gesproken. In de profielschetsen van behandelaren (psychiater, arts-assistent of psycholoog) is niet terug te vinden dat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de verpleegkundigen. Inderdaad, daar is de werkgever verantwoordelijk voor.

De behandelaar die niet aanwezig is binnen het dagelijks milieu, bevindt zich in het algemeen wat op afstand en komt consultatief in beeld. Wat veiligheid betreft staat de behandelaar dus in de tweede lijn. De behandelaar heeft hierdoor zelden te kampen met agressie-incidenten en heeft bovendien eigen afwegingen te maken vanuit de behandelverantwoordelijkheid.

Het zou een logische stap zijn om bij veiligheidsaangelegenheden de
regie & bevoegdheid tot plaatsing, overplaatsing en terugname bij het verpleegkundig team te leggen.
Deze bevoegdheid dient verankerd te worden in de Arbocatalogus GGZ, de CAO en het Beroepsprofiel.


Het gebruik van de bevoegdheid komt pas in beeld nadat alles gedaan is wat binnen de vermogens van de verpleegkundigen ligt om de agressie te verminderen.

Het gaat er om signalen die verpleegkundigen en patiënten krijgen serieus te nemen, zowel door collega's als door leidinggevende. De angst die verpleegkundigen kunnen voelen, eerdere agressie-incidenten veroorzaakt door een patiënt, een ‘niet pluisgevoel’ en vertrouwelijke mededelingen van patiënten zijn redenen om binnen het verpleegkundig team te bezien of de veiligheid nog gewaarborgd kan worden. Afhankelijk van de situatie (bijv. werkt de verpleegkundige alleen of met meerderen) kan het team besluiten tot overplaatsing naar een setting waarin de veiligheid wel te waarborgen is.

Met zeggenschap hopen we te bereiken dat gewelddadige patiënten niet onnodig lang onderhandeld rondlopen temidden van kwetsbare medepatiënten. Nu verloopt de besluitvorming vaak te traag waardoor incidenten optreden die voorkomen kunnen worden en onveilige situaties onnodig lang voortbestaan.

18 aug. 2012

Huidige procedure bij plaatsing risicovolle patiënten

Plaatsing, overplaatsing en terugname van een risicovolle patiënt verloopt in het algemeen in goed overleg. Bij oplopende spanning en agressie van een patiënt probeert men in consensus een oplossing te vinden. Er worden verpleegkundige rapportages geraadpleegd en er vindt uitwisseling van informatie plaats tussen verpleegkundigen en behandelaren in de wandelgangen, tijdens vaste overlegmomenten of op een speciale ad hoc vergadering na een ernstig incident.

Verpleegkundigen, leidinggevenden en behandelaren hebben soms strijdige belangen af te wegen: Enerzijds het belang van een veilige werkomgeving en een veilig therapeutisch milieu en anderzijds de bedbezetting op peil houden ten behoeve van de productie.

Indien tussen verpleegkundigen en behandelaren een verschil van inschatting bestaat van het gevaar en de risico's, kan dit een mogelijk scenario zijn dat voor velen herkenbaar is:

Als verpleegkundigen hun teamleider er van hebben kunnen overtuigen dat het niet langer veilig is zal deze de behandelend psychiater of psycholoog proberen te overtuigen. Als deze niet overtuigd is dan kan de teamleider het proberen bij de geneesheer-directeur. Is deze ook niet overtuigd dan blijft alles zoals het is omdat directie vaak terugverwijst naar onderliggend kader en naar behandelend psychiater.

Mocht goed overleg geen resultaat opleveren dan kan de teamleider het overleg uit protest staken maar nooit zelfstandig overplaatsing inzetten. Deze bevoegdheid ligt exclusief bij behandelaren en directie. De volgende dag is het dan weer business as usual.

17 aug. 2012

Onze strijd voor veiligheid mag patiënten niet stigmatiseren

Het doel van de petitie is een probleem op de agenda te zetten dat veel te lang is weggestopt. Nu we het vergrootglas er op leggen is het onvermijdelijk de patiënt ook in beeld komt. Het mag niet zo zijn dat mensen GGZ-patiënten daardoor gaan verbinden met agressie.

Stichting Zon stelt terecht:
Uit onderzoek ... is gebleken dat 90 procent van alle psychiatrisch cliënten nooit enige vorm van geweld gebruikt. Wel blijken psychiatrisch cliënten zelf ruim zes keer vaker het slachtoffer van geweld dan andere Nederlanders. Eenmaal opgenomen in een kliniek is de behoefte aan een veilige omgeving dus groot.

Het spreekt voor zich dat GGZ-verpleegkundigen uiterst loyaal zijn naar hun patiënten en niets liever willen dan hen tegemoetkomend en ondersteunend bejegenen, dwang en drang terugdringen en samen werken aan herstel. De rol van politieagent hoort daar niet bij en gaat in tegen onze beroepseer. Wij hebben dit vak immers gekozen om kwetsbare mensen te steunen en willen dit op professionele wijze doen.

Wij richten onze petitie niet op patiënten maar op structuren waar we samen in zitten met als doel de agressie helemaal te stoppen. Wij stellen dat met het verdwijnen van agressie naar verpleegkundigen tegelijk agressie naar de medepatiënten zal verdwijnen. En dat de kleine groep gewelddadige patiënten beter af is met een adequate behandeling in een adequate setting, met als gevolg een beter toekomstperspectief voor hen.

Met de zeggenschap van verpleegkundigen bij plaatsing, overplaatsing en terugname hopen we te bereiken dat gewelddadige patiënten niet onnodig lang onderhandeld rondlopen temidden van kwetsbare medepatiënten. Nu bestaat er geen procedure die de signalen van de verpleegkundigen en medepatiënten serieus neemt en verloopt de besluitvorming te traag waardoor incidenten optreden die voorkomen kunnen worden en onveilige situaties onnodig lang voortbestaan.

Uiteraard is overplaatsing het laatste middel. Voor het zover komt dienen eerst alle andere wegen te zijn bewandeld: dialoog met de client, afspraken maken, signaleringsplan opvolgen en wat verder ter beschikking staat. Zeggenschap zal volgens een degelijke procedure moeten verlopen welke in de Arbocatalogus GGZ opgenomen dient te zijn.

16 aug. 2012

50% minder incidenten binnen 5 jaar is een reële eis

Voor alle duidelijk: we streven niet naar een reductie van 50% maar van 100%. Er mogen helemaal geen agressie-incidenten meer voorkomen naar GGZ-verpleegkundigen!

De eerste 50% reductie is gemakkelijker te behalen dan de tweede 50%. Er zijn immers zoveel incidenten dat je met een paar gerichte maatregelen al flink moet kunnen reduceren. Voor de overige reductie zul je creatief moeten worden en vasthoudend blijven. Je zult moeten blijven werken aan het bedenken van kleinere maatregelen. Tenslotte bereiken we het punt waarop zo weinig agressie is overgebleven dat we weer opgewekt kunnen zeggen: "Ach, een beetje agressie hoort bij het werk, daar kunnen we wel mee omgaan."

Wij zijn er van overtuigd dat de eerste 50% reductie gemakkelijk kan worden behaald zelfs zonder het Actieplan 'Veilig werken in de Zorg', namelijk door de verpleegkundigen zeggenschap te geven over zaken die hun eigen veiligheid aangaan, m.n. bij het plaatsen, overplaatsen en terugplaatsen van onveilige patiënten van/naar een beter geschikte setting.

De reden is eenvoudig: Het gros van de incidenten wordt veroorzaakt door slechts een of enkele patiënten van de afdeling. Wanneer deze patiënt geen perspectief meer heeft binnen de huidige setting en de verpleegkundigen geen vooruitgang meer zien en zich realiseren dat ze deze patiënt niets meer te bieden hebben dan is deze patiënt op deze afdeling klaar.

Het is voor iedereen nadelig als deze patiënt doorgaat een negatieve en intimiderende sfeer te creëren waardoor niet alleen de verpleegkundigen maar ook de overige patiënten zich onveilig voelen. Deze patiënt zelf wordt er tenslotte ook niet beter van.

15 aug. 2012

GGZ-verpleegkundigen redden het niet met goede bejegening

Waar komt agressie bij patiënten vandaan? Onvrede, angst, verzet ten aanzien van verblijf, het verplichte of opgedrongen gebruik van medicatie, symptomen van de ziekte, het gebruik van alcohol en drugs, frustraties t.a.v. seksualiteit, geldgebrek en gebrek aan toekomstperspectief zijn veelvoorkomende oorzaken.

Het is een taak van de GGZ-verpleegkundigen om de veiligheid van iedereen op de afdeling te bewaken en de afspraken te handhaven. Daardoor zijn zij zelf de eersten waartegen de agressie zich richt. De relatie tussen verpleegkundige en patiënt staat hierdoor structureel onder spanning.

Wanneer de verpleegkundige slachtoffer is van agressie wordt de patiënt uit angst vermeden. Een klacht van patiënten is, dat verpleegkundigen zoveel op het kantoor zitten. Bewezen is dat de meeste agressie-incidenten voorkomen als verpleegkundigen op kantoor zitten en zo is de cirkel rond.

GGZ-verpleegkundigen worden over het algemeen getraind in het voorkomen van en omgaan met agressie. De afgelopen decennia is hierin een sprong voorwaarts gemaakt. De agressie neemt echter met gelijke tred toe, we worden door de werkelijkheid weer ingehaald. Tegelijk is het niet wenselijk dat verpleegkundigen uiteindelijk als volleerd politieagent gaan optreden.

Ook is er een toename van agressie in de samenleving als geheel hetgeen doordringt tot in de GGZ. Het drugsgebruik onder patiënten neemt al jaren toe, mede door de instroom vanuit de verslavingszorg. Allemaal omstandigheden die op een of andere wijze onvrede en agressie kunnen opwekken. En wat te verwachten van het wetsvoorstel om veelplegers met een psychiatrische achtergrond tegen hun wil de GGZ in te sluizen? Neem daarbij mee dat door de drastische (onevenredig grote) bezuinigingen de werkdruk alleen maar groter wordt.

Daarom wordt het zinvol om naar de andere kant te gaan kijken, naar de verantwoordelijkheid van werkgevers (georganiseerd in GGZ Nederland) en Arbeidsinspectie. Volgens de Arbowet hoort de werkgever een veilige werkplek te garanderen en de Arbeidsinspectie daar op toe te zien. Gezien de grote aantallen incidenten (meer dan bij de politie!) kunnen we gerust stellen dat beide in gebreke blijven.

Ministers en werkgevers plus andere partners in de zorg hebben niet zonder reden het Actieplan 'Veilig werken in de Zorg' ontwikkeld. Wat daarbij echter ontbreekt -voor de GGZ in elk geval- is echte inzet en vastberadenheid om de agressiecijfers daadwerkelijk naar beneden te krijgen. Het blijft bij praten en goede intenties. Met onze petitie stellen we een aantal extra eisen aan dit plan waardoor we hopelijk wel resultaat gaan zien.

De belangrijkste eisen zijn openbaarheid van agressiecijfers en zeggenschap van verpleegkundigen bij zaken die hun eigen veiligheid aangaan.

Zie ook het bericht Weerlegd: Verpleegkundigen veroorzaken zelf de agressie van hun patiënten